is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 69, 1919, no 409-414, 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ik heb er zelfs een gekend, dat heette ; Lai-Ki eul dat is : Kom, kippetje. Maar ais de moeder in kwade luim was, dan heette zij niet meer: kom, kippetje, maar: Maak-dat-je-wegkomt, kuiken. Met dat woord werd op zekeren dag het kind het huis uitgejaagd ; Ze ging bedelen langs den weg, tot ze uitgeput van ellende ergens in een hoekje ging liggen sterven. Dat is de geschiedenis van een menigte kleine Chineesche meisjes. Goddank, dat de missie er velen kan opnemen, doopen en onderwijzen tot goede, oprechte, en bovenal standvastige Christinnen, die haar geloof weten te belijden en te verdedigen.

Dat hebben ze bewezen tijdens de vervolging van 1900. Aan den onderkoning, die ze trachtte over te halen tot het heidendom, antwoordden zij : „Wij kennen onze ouders niet. Reeds bij onze geboorte zijn wij uitgeworpen, maar de Kerk, de H. Kindsheid, heeft ons opgenomen, zij heeft ons met zorgen overladen ; aan haar hooren wij toe; in haren schoot willen wij leven en sterven. Breng ons terug naar ons weeshuis ; daar waien wij gelukkig!”

De onderkoning hield aan; maar vijftig stemmetjes antwoordden hem: „Goed, maak ons dood, maar ons geloof verzaken, nooit !1” En ze toonden, dat ze ’t meenden. De onderkoning liet ze eiken dag pijnigen, en verscheidenen stierven onder de marteling; zij stierven den heldendood der martelaren. Die er overbleven, waarvan er verschillenden later den religieuzen staat omhelsden, dragen nog de roemrijke litteekenen van de folteringen, die zij doorstaan hebben. De kinderen, die wij nu hebben, zouden zeker voor haar voorgangsters niet onderdoen.

{Vervolg, zie blz. 142, 143, en 144.)