is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 69, 1919, no 409-414, 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niets schooner dan het eenstemmig beroep van hetNederlandsch Episcopaat op de edelmoedigheid der geloovigen ten bate der Missiën.

„Welke middelen moeten wij gebruiken om het rijk Gods uit te breiden en de Missionarissen te helpen? Twee, zegtde grijze Bisschop van ’s Hertogenbosch ; gebed en aalmoes.

„Gij zult u aansluiten, zegt Z. D. H. tot zijn Diocesanen, bij tiet Genootschap tot Voortplanting des Geloofs en uwe kinderen bij de H. Kindsheid. Wij herhalen het, wat Wij reeds vroeger zegden; ’t Is onze vurigste wensch, die twee genootschappen te zien opgericht en te zien bloeien in alle parochiën van ons Bisdom.”

Mgr. V. d. Wetering, Aartsbisschop van Utrecht, drukt'zich in zijn herderlijken brief van 27 Juni 1918, aldus uit:

„In dezen kritieken tijd, is het de plicht van ons land nog meer dan vroeger bij te dragen tot het werk der Missiën, en een deel van den arbeid over te nemen, dien andere volkeren, die zwaar door den Oorlog beproefd werden, niet meer kunnen dragen. Daarom bevelen wij dringend aan : alle werken van ijver ten bate der Missiën, bovenal het Genootschap tot Voortplanting des Geloofs en de H. Kindsheid, die de Pausen boven alle andere geprezen hebben „als Katholieke werken bij uitnemendheid.”

„Katholiek zijn inderdaad deze twee genootschappen, d. w. z. algemeen, in hunne strekking en doel. De leden geven de hulp hunner gebeden en aalmoezen aan de Missionarissen van geheel de wereld. De Centrale Raad verdeelt de middelen onder de Missiën, waar de behoeften het grootst zijn, waar dreigende gevaren moeten worden afgewend, waar de beste verwachtingen mogen gekoesterd worden. Dank aan hunne voorbeeldige organisatie hebben die Genootschappen veel voor de Missiën kunnen doen, en het is volstrekt niet te verwonderen, de Pausen hun den voorang toekennen en dat zij hun