is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 70, 1920, no 415-420, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

een Zondag alvorens de kerk binnen te treden, vroeg hi) nederig vergeving aan de „Vijf” en beloofde alles te herstellen, wat hij misdaan had. Het stukje land werd aan de wettige eigenaars teruggeven. De boete van 5 roepies, die in het schoolfonds moesten gestort worden, werden betaald; maar om beter de verzoening te vieren, werd besloten, dat men van die vijf roepies eens flink zou eten en drinken, en daarom werd er met algemeene stemmen besloten, dat er een maaltijd zou gegeven worden aan de schoolkinderen en hun ouders, Adolf met z’n huisgezin nam deel aan den maaltijd. Hij nam daarbij het woord en verklaaade, dat hij dwaas en koppig geweest was. De welsprekendste van de „Vijf” voerde ook het woord en beloofde, dat al het gebeurde vergeven en vergeten zijn zou. Vergeten? Bij de andere is dat mogelijk, maar voor Adolf niet; hij voelde nog lang de gevolgen van de stokslagen; maar hij vertelt aan wien het hooren wil de heele geschiedenis en lacht er mee als met iets, dat ééns gebeurd is, maar nooit meer gebeuren zal. (Missions Beiges) R. Z.

ALS DE JONGENS MAAR BIDDEN.

Op het eiland Madoera deed een missionaris een avondwandeling naar een naburig dorp. Onderweg zag hij in het open veld een lange rij jongens op de knieën zitten, die hardop aan ’t bidden waren. Ze baden het rozenhoedje en andere gebeden, dicht daarbij zaten een aantal mannen, die een groot vuur aangestoken hadden en rijst kookten. Zoodra ze den pater zagen, verzochten ze hem hun maaltijd te zegenen. Hij deed het en vroeg hun, wat het bidden van die jongens daar beteekende.

„O Pater,” antwoordden ze, „we hebben al in zoo’n langen tijd geen regen gehad ; nu hebben wij een belofte gedaan, en de jongens laten we bidden. Eerst als ze goed gebeden hebben, krijgen ze eten.”

Toen de missionaris die brave mannen en hun akkers gezegend had, wandelde hij verder. En ziet, hij was pas een kwartiertje weg, of het begon eerst te druppelen, en toen te regenen, te regenen voor geweld !