is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 70, 1920, no 415-420, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En zooals de bedreiging van den boer geweest was, zoo bleef het ook werkelijk. Noch de smeekingen van zijn huishoudster, noch de brieven fder professoren konden hem tot andere gedachten overhalen. Hij betreurde het slechts, dat hij zooveel geld aan dien ondankbaren jongen verspild had.

Hoe ongelukkig zich de arme Karei, die bij den pastoor intusschen een onderdak had kunnen vinden, zich gevoelde, kan niemand zich voorstellen ; maar hij was godsdienstig en stelde al zijn vertrouwen op God en op de allerheiligste Maagd Maria. Was het maar niet om zijn levensgeluk gegaan, o, hoe' gaarne zou hij voor zijn geliefden oom een offer gebracht hebben en hoe gaarne had hij zich naar diens wenschen geschikt. Maar het gebod van God, die hem lot Zijn heiligen dienst had geroepen, ging hooger dan dat van zijn voogd. Niet om een lui leven te leiden, zooals zijn verstokte oom dat noemde, niet door een voorbijgaande gril, neen ! om een geheel andere reden wilde hij missionaris worden : enkel en alleen omdat hij de roepstem wilde volgen van God, die hem naar Zijn wijnberg riep voor een leven van gebed, moeiten en ontberingen; omdat hij zich voelde aangetrokken tot God, die hem bezielde met Zijn H. moed, om zich op te offeren voor Zijne eer en het heil der zielen.

Gedurende deze moeilijke dagen smeekten zonder ophouden de oude pastoor, Karei en Marianne tot God om hulp, kracht en uitkomst.

Op zekeren morgen maakte Karei zich op verlangen van den pastoor reisvaardig, stak zijn diploma bij zich en vertrok naar de beroemde bedevaart-plaats Kevelaar. Bijna heel zijn kommer was hij vergeten en hij was vervuld met het vaste betrouwen op de Moeder Gods, de Troosteres der Bedrukten, dat zij hem uitkomst verschaffen zou en hem naar het verlangde doel zou voeren.

Reeds den eersten dag van zijn aankomst bad Karei lang en vurig vóór het mirakuleuze beeld, altijd maar opnieuw zijn