is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 70, 1920, no 415-420, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van den vuurdood te sparen, aan een van zijn beulsknechten bevel, om zijn zoon los te maken uit zijn bos en hem met een stok een slag in den nek te geven zoo worden hier vrienden gedood. Het lijk werd daarna weer in het riet gebonden en op zijn plaats gelegd.

Na de voltrekking van dit eerste doodvonnis, werd het vuur bij de voeten der slachtoffers aangestoken ; om ze aldus zoo lang mogelijk te folteren, en ook in de hoop, dat bij het naderen der vlammen verscheidenen hun Geloof zouden verzaken. Ijdele hoop. De martelaren openden den mond, wel is waar, maar enkel om gezamenlijk de gebeden op te zeggen, die wij hun geleerd hadden.

De beulen riepen hun toe; „Weet wel, dat niet wij u.dooden, maar Nendé, Mkasa, Ribuira (namen van godheden onder de heidensche Baganda). Alleen onze góden zijn het, die u dooden, omdat gij ze duivelen genoemd hebt.”

Uit den Kindiheidoptooht te Drunen.