is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 70, 1920, no 415-420, 1920

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Dat heb ik gespaard meneer Pastoor!”

„jij alleen 1 Da’s prachtig, hoor I jij hebt ’n echt missionarishart.” .

„Ik zou wel missionaris willen worden, maar dat kan niet, omdat we geen geld hebben.”

Pastoor dacht ’n oogenblik na. „Heb je al lang zin om missionaris te worden ?”

Toen vertelde Frits z’n geschiedenis met tranen in de oogen, en de pastoor zat ontroerd te luisteren.

„’k Zal eens zim, of ik iets voor je doen kan, hoor Frits,” zei hij, toen de jongen heen ging.

En de pastoor zorgde gauw en goed. Veertien dagen later was de jongen al op ’n missieschool. Veertien jaren later ging hij naar de missie en daar werkt hij nog met ijver en lust, want martelaar is hij nog niet.

Zoo had Jezus z’n belofie vervuld.

EXTRA-UURTJES VOOR DE MISSIE.

Er was eens een arme vrouw, die met spinnen haar kost moest verdienen. Toen ze eens over de missies had hooren preeken, kreeg zij zoo’n liefde voor het apostelschap, dat zij een heldhaftig besluit nam. Eiken avond, als het uur gekomen was waarop zij gewoonlijk haar werk eindigde, bleef ze nog een uur lang doorspinnen, „voor de Missies,” zooals ze zei. Al het geld dat ze daarmee verdiende, bespaarde ze, en zoo kon ze bij het einde van elk jaar een aardig sommetje aan den pastoor overhandigen voor het missiewerk.

Weet gij, lezer of lezeres, ook niet iets te bedenken, waarmee gij offertjes kunt opsparen voor de missie ?