is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 71, 1921, no 421-426, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

melaatsch te worden en, evenals zij, jaren lang een ellendig leven voort te slepen en jong te sterven, dat kwam in hun gedachten niet op, dat was immers niet te denken. Maar Pater Damiaan toonde hun zijn frisch gelaat, zijn blanke handen en sprak: „Zooals ge ziet, ik ben gezond en toch blijf ik, want ik wil uw herder, uw vader, uw trooster, uw verpleger zijn.” Maar ze begrepen hem niet. «Het is niet waar,” riepen ze; „als gij gezond zijt, dan drijft ge met ons den spot, ge maakt ons wat wijs! Zijn wij nog niet ongelukkig genoeg?” En ze vluchtten van hem weg en verborgen zich in de struiken. Maar hij zocht ze op, verzekerde nogmaals, dat hij de waarheid sprak, hij begon hun afzichtelijke wonden te reinigen en te verbinden, hij troostte hen met zijn vriendelijke oogen en liefderijke woorden, hij vergezelde hen naar hun hutten en zij begonnen hem te gelooven, te vertrouwen, te danken en.... .„Vader” te noemen.

Den eersten nacht sliep hij alleen onder een boom, want een hut was er niet voor hem, en in een hut van de melaatschen mocht hij niet overnachten. En niet alleen dien eersten nacht, maar weken lang was het gebladerte van dien boom zijn dak. Toen bouwde hij zich een houten huisje van 5 M lang en 3 M breed.

Laat ons verder een kijkje nemen op het leven van onzen pater te midden der melaatschen, zijn dagwerk eens beschouwen.

’s Morgens stond hij vroeg op en smeekte God in een vurig gebed om moed en sterkte en geduld voor de taak, die zonder krachtigen steun van boven door een mensch niet te verrichten was. Daarna droeg hij in zijn kerkje de H. Mis op, die trouw door de melaatschen werd bijgewoond. Wat zullen die banken vol stumpers een treurig gezicht hebben opgeleverd 1 Vooral in den eersten tijd kon de pater het op ’t altaar bijna niet uithouden van den walgelijken reuk; langzamerhand moest hij daar wat aan gewoon raken. Na de H. Mis hield hij een onderrichting voor de volwassenen en een voor de kinderen.