is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 71, 1921, no 421-426, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

velletje papier, een derde een potlood, een vierde een fopspeen, enz. Maar gelukkig, mijn mosterdpot staat daar en roept mij toe: „koken, maar niet overkoken!”

Van morgen dacht ik, dat ik met m’n volkje klaar was, maar jawel, daar stond vóór me een lange magere figuur.- ’t Was Chintona. Zoo, vriend, begon ik, wat is er voor nieuws? Pater, die zoo goed zijt als een moeder, hebt ge niet een postzegel voor me? Een postzegel? Maar man, hoe spijt het me, maar ik heb juist m’n laatsten op dezen brief geplakt. Zie maar.! Dag, Chintona ! Maar Pater, ik zal hem betalen, geloof me! ’t Spijt me, maar ik heb er geen een meer; dag man! Hoe jammer, dat ik dan gisteren-avond niet gekomen ben ; dan had ik er toch zeker een gekregen, niet waar. Pater?— Zonder twijfel, zeker, zeker, maar nu heb ik er geen meer, ’t is te laat.. Nemo dat, quod non habet, niemand geeft, wat hij niet heeft ! Dat beetje latijn was bedoeld onri hem eenigen schrik in te boezemen en hem rechtsomkeer te doen maken, maar ’t viel andersom uit. Chintona begon zeer beminnelijk te lachen, want hij dacht dat ik Engelsch sprak.— Hoe jammer, dat ik gisteren avond m’n vrouw niet gestuurd heb of mijn klein Jantje. Ze zouden me den postzegel zeker gebracht hebben, niet waar. Pater? En nu te moeten hooren, dat het te laat is! —Ja Chintona, ik kan er niets aan doen, ’t is te laat ! Dag man ! – En dan moet ge weten, dat het een presseerende brief is ! Hij moest vandaag weg. Is ’t wezenlijk waar. Pater, hebt ge er geen meer?— Neen, beste vriend. Ik heb het u al gezegd,en nu, gegroet, dat God u zegene! Ga maar gauw naar uw ossen kijken, want ik geloof zeker, dat die in uw afwezigheid op een andermans wei zullen gaan grazen!— O Pater, wees daar niet bang voor. Mijn kleine Jantje past er op. Maar Pater ge 'zegde, dat ge geen postzegel had, maar hebt ge wel gedacht aan dien daar op dien brief ? Zou ik die niet mogen hebben? Chintona, zei ik met verheffing' van stem, dat is een brief voor Mgr. den Aartsbisschop. Maar om u te toonen, dat ik veel van u houd.