is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 71, 1921, no 421-426, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

To.;t kreeg ik met Sinterklaas een spaarpot. Mijn groote liefde vo >r de ; wartjes bracht mij op de gedachte, met mijn eerste spaargeld een negertje te koopen. Ik vertelde mijn lieve ouders mijn voornemen en het droeg hun goedkeuring weg. Moeder zei, dat het kindje Jesus mij telkens uit den hemel wel zou toelachen, wanneer ik wat in den spaarpot zou doen. Dienzelfden dag begon ik met ijver mijn werk.”

„Maar waarvandaan haalde jij al dat geld ?” komt Roosje er tusschen, die haar afkeer nu vergeten schijnt te hebben.

„Ja, dat is het juist, wat mij in het begin zooveel hoofdbreken! kostte. Ik wou een 'zwart zusje hebben en wel zoo gauw moge lijk. Hoe dat nu klaar te spelen ? Ik dacht er heel den dag aan ; dikwijls kon ik ’s avonds langen tijd niet inslapen, en wanneer de slaap me overmande, dan verscheen ’t zwarte zusje mij in mij.i droom, lachte mij vriendelijk aan en wenkte mij dankbaar toe doch, wanneer ik wakker werd, was het slechts h I een droom geweest en mijn zorgen werden nog grooter en zwaarder. Toen kwam ik op allerlei invallen. De morgenkoffie dronk ik bijna altijd zonder suiker en vroeg daarvoor aan mijn moeder een cent in den spaarpot; dikwijls verkocht ik zelfs mijn broodje. Chocolade en andere snoeperijen nam ik natuurlijk van dien dag af niet meer, maar daarvoor kreeg ik altijd een paar centen