is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 71, 1921, no 421-426, 1921

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En ’n begrafenis.

Mgr. had ’n 120 Vormelingen.

Tevreden over ’t werk, dat ’k voor O. L. Heer had mogen doen, ging ik weer rustig in m’n klein paleis ; „Villa Blanca” of „Casa Blanca” zooals ik het gedoopt heb.

Vrijdagmorgen om half zes trapte ik per fiets naar Ciflao ; daar had ik dien morgen H. Mis, Biechthooren en Communie uitreiken en 65 doopsels ; de vorige maand had ik ook ’t geluk gehad 37 dier ongelukkige zieltjes den duivel af te nemen, en ze aan O. L. Heer te geven.

’s Zaterdags kwam Mgr. om z’n nieuw kuddeke sterk te maken door den H. Geest, want de duivel probeert alles om die zieltjes weer te bemachtigen.

Wordt vervolgd.

TWEE VLIEGEN IN ÉÉN KLAP.

Van een klein, wakker meisje van vijf jaar wordt het volgende verteld ;

Dat kind was lid der H. Kindsheid, en niet zoo maar een gewoon lid, dat elke maand haar twee-en-een-halve cent offerde. Neen, ze deed veel meer! Ze spaarde en zamelde in zooveel ze maar kon, ten einde maar heel veel voor de arme heidensche kindjes te kunnen geven. Op een keer werd ze ziek en ze moest een heel bittere medicijn innemen. Toen moeder haar opwekte om toch maar goed de medicijn te gebruiken, zei ze: „Moeder, als u er eiken keer een halven stuiver bij doet voor de arme zwartjes, zal ik ze met plezier drinken, zoo dikwijls als u maar wilt.”

Je begrijpt, hoe blij moeder was metj dit schoon antwoord. Dat waren immers telkens twee vliegen in één klap: de genezing van haar kind en een liefde-offertje voor de Missie.