is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 72, 1922, no 427-432, 1922

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Deze komt haastig aangeloopen; maar o wee, ’t is een Zuster zooals ge ze in Europa , niet ziet, ze is donker van kleur, wat nog meer uitkomt, door haar witte kap.

Een paar woordjes zijn genoeg, om haar uit te leggen, wat ge verlangt; een vriendelijk lachje speelt om hare lippen en onmiddellijk is zij vol dankbaarheid bereid u rond te leiden in het huis.

Ze klapt in haar bruine handen en één, twee, drie, we zijn omringd door een zwerm kindertjes. Ze kijken U allen met groote oogen aan, de eene schuchter, de ander gerust, want zij begrijpen al, dat ze met weldoeners te doen hebben. Telt de neusjes maar eens; er zijn er zoowat zestig; maar allemaal zijn ze er niet, want in het huis zijn er wel honderd. Ze zien U nu allen dankbaar aan, want aan uw stuivertjes hebben ze te danken, dat ze hier zijn, en voedsel en kleeding ontvangen.

Wat zegt ge van haar kleertjes ? ’t Is de mode van Parijs niet, maar ze mogen gezien worden; ze zijn proper en netjes.

Maak gerust eens kennis met uw beschermelingen. Er zijn heel kleine duimpjes bij, anderen hebben hun eerste H. Communie al gedaan, weer anderen zijn al heel groote meisjes. Er zijn er zelfs, die besloten hebben, altijd in het geslicht te blijven, om de Zusters te helpen.

Waar komen die kinderen zooal vandaan ? Wel, van alle kanten. De eenen werden gebracht door de ouders, die ze niet voeden konden, anderen zijn opgeraapt door den missionaris of een christen. Wat zou er van deze geworden zijn zonder de H. Kindsheid ? Ze zouden van honger gestorven zijn, zonder doopsel. Anderen zouden in de ellende gebleven zijn en zich hebben neergeworpen voor góden van hout of gebakken aarde. Hier leeren zij O. L. Heer kennen; de kleinen kennen haar gebeden op haar duim en onder de grooten zijn er, die den heelen catechismus van