is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 72, 1922, no 427-432, 1922

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ze schudde gauw alle goede gedachten even uit haar hoofdje, en terwijl ze Marie haar „flap” toestak, zei ze ; „Nou, daar heb je ’m dan ; maar je moet hem niet versnoepen.’

„Dat zal ik wel weten, wat Ik ermee doe,” zei Marie en had pret in de gedachte, dat ze ’t arme Grietje nu eens kon laten snoepen, ’t Eerste winkeltje ’t beste vloog ze binnen, maar terwijl zij met lachend gezichtje voor de toonbank stond, keek Grietje treurig tusschen de snoepflesschen heen naar binnen. Hoe graag zou ze Marie nog weg hebben gelokt en haar overgehaald om alles maar te offeren, maar dat ging toch niet meer. Ze voelde zoo goed, dat ze maar ’n arm dutske was, die al blij moest zijn, als de andere meisjes met haar wilden spelen en dat ze Marie dankbaar moest zijn, omdat ze haar vriendinnetje wezen wou. Neen, ze moest er maar niets van zeggen. En toch, hoe treurig was ’t nu daar binnen in haar hartje. Er kwam nu ’n vlek op haar zieltje door haar eigen

Koewacht—Kindeheidoptocht—Oroep mueiceerende Engelet%.