is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 72, 1922, no 427-432, 1922

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

met heel haar hartje te bedanken. Ze werkte nu nog veel harder, vooral den volgenden zaterdagmiddag, zoodat de pleegmoeder haar belofte niet vergeten kon, al zou ze ’t gewild hebben.

Wat Grietje gelukkig was, toen ze den volgenden dag naar de Hoogmis stapte met ’n cent in haar zak. Die cent was een schat, die ze voor heel wat moois niet gegeven zou hebben, niet eens voor ’n mooien kaatsbal. En ze mocht hem ook niet weggeven meende ze. Die cent was nu eenmaal beloofd aan de zwarte kindjes en ze meende, dat haar hartje weer oneerlijk zou zijn, als ze hem nu voor iets anders weggaf. En haar hartje was nu weer zoo rein en eerlijk : alles was gebiecht en alles was vergeven, dat voelde ze goed.

Maar hoe kwam haar cent nu bij de zwarte kindjes ? Ze had al stilletjes al de offerblokken in de kerk aangekeken, maar nergens stond op : „Voor de missie.”

Er bleef niets over dan de Zuster. Ja, die zou er wel raad op weten. Maar dan moest ze naar de Zuster toe gaan en ’t haar vragen en dat durfde ze niet goed. Ja, die Zuster was wel goed en vriendelijk en ze durfde er gerust tegen praten. Maar zoo alleen er heen gaan met haar cent Eén cent is ook zoo’n beetje.... de Zuster zou er misschien stilletjes om lachen.. . . Maar ze zou het tóch probeeren !

Wat viel die volgende Maandag haar lang ! Telkens was ze verstrooid onder de les en telkens voelde ze naar den cent in haar zak.

~Alle handjes boven de bank !” riep de Zuster opeens onder de leesles.

Met ’n schok vloog haar handje, dat juist weer in haar zak zat, naar boven, terwijl haar bleek gezichtje heet werd van verlegenheid. Haar oogjes loerden bang naar de Zuster, maar die keek een anderen kant uit. Misschien was ’t voor ’n ander meisje geweest. Heel den dag was ze doende met haar cent. Als ze maar niet zoo alleen naar de Zuster moest. Zou ze den cent maar op de bank leggen ?... .Misschien vroeg de Zuster dan wel, of ze ’n nieuwe griffel moest en dan kon ze ’t zeggen.