is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 73, 1923, no 433-438, 1923

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

te min en toen Sepha eens in plaats van muizensuikertjes suikerboontjes gezegd had, bleef die naam bestaan. Heel deftig vroegen ze aan mekaar : ~Zeg, hoeveel boontjes heb jij gehad ?”

En nu komt het eindelijk want jullie wilt natuurlijk weten, waarom er boven dit vertelsel staat : De to overboontjes van Zuster Herlindis.

Meisjes zijn nieuwsgierig, dat weet je

Kom, dat moet jullie niet kwalijk nemen, ’k meen heelemaal niets kwaads Welja, jongens zijn ook nieuwsgierig, net zoo goed

Enfin, 'k zal dan maar zeggen : in de klas van Zuster Herlindis zaten nieuwsgierige meisjes. Die keken natuurlijk nu en dan nieuwsgierig in de trommel, en merkten, dat ze altijd vol bleef, hoeveel er ook uit ging. En er ging veel uit. Want toen de suikerboontjes van Zuster Herlindis meer bekend werden, kreeg Keeke de snoepvrouw steeds minder te doen. ’s Morgens vóór schooltijd mochten de kinderen van de lagere klassen komen offeren en ze kwamen maar wat flink af. Zelfs de kleintjes uit de laagste klas kwamen heel dapper naar binnen gestapt om „voor één of twee centen suikerboontjes.’’

Voor de kleintjes was de zuster nog altijd extra-royaal en toch en toch de trommel bleef maar altijd vol.

En t duurde niet lang, of de meisjes praatten van de ~tooverboontjes” van Zuster Herlindis, die nooit verminderden.

Ze begrepen het niet en ze begrijpen 't nóg niet, want Zuster Hcrlindis en Sepha lachen wel, maar zwijgen tegen den hemel op.

Nu ben ik eigenlijk aan ’t eind, maar toch bind ik er nog n staartje aan. Zooals ik zei, ging Sepha ook weer dapper mee aan 't offeren en er kwam zooveel geld in, dat men na *u half jaar besloot nóg maar een kindje vrij te koopen. En