is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 73, 1923, no 433-438, 1923

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BLANK EN ZWART.

1

Hij heette Papalalango,

Een jonkman uit ’t negerland.

Al had ie ’n roetzwart snuitje.

Hij had een gezond verstand.

2.

Hij leerde z’n catechismus

Zoo goed als 't een blanke kan,

Maar eeuwigheid, hel en hemel,

Daar snapte ie weinig van.

3,

Het vuur dat je eeuwig brandde

En toch niet verbrandde, ja,

Dat ging hem heusch boven z’n kroeskop,

Al dacht ie ook ernstig na

4.

Maar dacht onze Papalalango,

Het kan toch wel zoo zijn,

Want do groote Geest is almacliti.

En mijn verstand maar klein....

5,

Maar dat de verdoemden zwart zijn.

Dus allemaal negers, nee,

En dat alle heiligen blank zijn

Daar had ie geen vrede' mee.

6.

,Zeg Pater,” vroeg Papalalango,

•Vaart enkel het negervolk

,Ter helle, en gaan er geen blanken

,Naar den eeuwigen hellekolk ?”

7,

Die lachte en zei ; „Papalalango

•Die enkel maar blank van vel.

.Maar zwart zijn van ziel, die varen

„Als nikkertjes eens naar de hel.

8.

„Maar zie je, m’n Papalalango,

„Zoo blank als de zonneschijn

„Gaan de negertjes naar den hemel,

„Als ze Mank van ziele zijn....”

9,

Toen lachte en zei Papalalango

„’k Wil een blanke zijn na m’n dood,

„Al ben ’k ook ’n pikzwarte neger.—

~De goede God is groot!’’