is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 73, 1923, no 433-438, 1923

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Pater M. F. de Beer, uit wiens eigen mond schrijver dezes meermalen heeft opgevangen, dat Tilburg de eerste plaats was in Nederland, waar ’t Genootschap is opgericht. Ziedaar twee getuigenissen die, dunkt mij, tegen elkander opwegen.

Maar het feit van de viering van het gouden feest te Arcen in 1894 dan ? Ja, als dat feest inderdaad het gouden feest was, dan valt alle redeneering weg ; dan heeft Arcen werkelijk de primeur gehad.

Maar zou een lichte twijfel dienaangaande geoorloofd zijn, niettegenstaande de accuratesse van Pastoor Bönnighausen ? Ik wil op die accuratesse niets afdingen, maar ’t is meer voorgekomen, dat men zich bij jubelfeesten (volkomen te goedertrouw, dat spreekt) eenigszins vergiste.

Misschien is er nog een andere oplossing, waarbij aan het volijverige Arcen alle eer blijft, en Tilburg toch ook niet ongetroost heengaat. Laat Arcen de eerste plaats zijn, waar het Genootschap op particulieren grondslag begon, terwijl Tilburg het eerst een Canonieke of kerkeUjke oprichting door het Kerkelijk Gezag kan aanwijzen.

Toch blijft het mij altijd een raadsel, waarvan ik gaarne de oplossing door bewijzen gestaafd zou zien, hoe van uit Parijs, een genootschap, dat nauwelijks een jaar bestaat, reeds een afdeeling zou hebben in het kleine Arcen. Men bedenke, dat spoorweg, telegraaf en dagbladpers in 1844 nog niet waren, wat ze thans zijn. Hoe kwam het daar ? Door wien werd het zaadje mêêgebracht, dat in Arcen zoo heerlijk opbloeide? Vermelden dat de Kronieken der Kerk van Arcen niet ?

Het is schrijver dezes niet te doen, om gelijk te hebben. De waarheid, en de waarheid alleen, daar gaat het om. Kan de Eerw. Heer Veugelers aantoonen, dat werkelijk in 1844 de H. Kindsheid in Arcen is begonnen, dan hebben Arcen en het Bisdom Roermond de eer I Daarvoor zal echter een ander bewijs noodig zijn als het vieren van het gouden jubelfeest in 1894. (1) C. J. Zwijsen, pr.

1) Voor het verkrijgen van zekerheid in deze, heb ik mi) gewend tot den Centralen Raad te Parijs, die misschien in de archieven, de beslissing kan vinden. Tot nog toe mocht ik echter nog geen antwoord ontvangen.