is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 74, 1924, no 439-444, 1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

hier hoeft geen begin meer gemaakt te worden ; het is er ai. Hij heeft het vertrouwen van Taglee gewonnen, en daarmee kan hij ook dat van de anderen winnen.

11.

Taglee trof haar man thuis. Met een blik vol verachting keek hij ze aan en snauwde haar toe : „Is het murmel weg ?”

„Ja, ’t is weg," antwoordde de vrouw, maar ze was angstig, dat hij nog meer zou vragen, en ze wist niet, wat ze dan antwoorden zou.

~Dan hebben de krokodillen er zeker al feest mee gevierd,” grinnikte de wreedaard, en hij lachte. „Nu zal m’n koe wel gauw beter zijn en blijf ik van verdere ongelukken gespaard."

Hierbij bleef ’t, en Taglee ging haastig aan haar werk om haar man geen gelegenheid tot verdere vragen te geven, want ze was eigenlijk wel wat te lang weggebleven.

Al was haar lot even treurig als altijd, toch was ze niet zoo bedrukt als anders, want gedurig dacht ze aan haar kindje, dat ze nu goed bezorgd wist bij dien vriendelijken blanken man. Voortdurend leefde ze in de blijde verwachting, dat hij spoedig in haar hut komen zou, want het witte stokje lag vóór op het dak. Ze had het goed vastgemaakt, dat het er niet af kon waaien. Maar ze had het heel stilletjes gedaan, zoodat niemand er erg in had, en het stokje lag er ook zóó onnoozel, net of een jongen het er zoo maar achteloos op had gegooid. En zoo kwam het, dat niemand er acht op sloeg, ook haar man niet. Maar één was er, die er wel acht op sloeg en in z’n hart jubelde, toen hij het zag. Dat was de missionaris, die in het dorp gekomen was om kennis te maken met dezen stam. Toevallig dat hij al op een van de eerste hutten waar hij aankwam, het afgesproken teeken bemerkte. Hij ging de hut eens rond en vond de vrouw achter op ’n veldje aan ’t werk. Dadelijk herkende hij ze, ea zij ook herkende hem. Een glans