is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 74, 1924, no 439-444, 1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van genoegen kwam op haar wezen, toen hij haar vriendelijk groette en zei, dat haar dochtertje nog leefde en het goed maakte, dat de Zusters er zooveel van hielden en het verzorgden alsof het haar eigen kind was. Hij vroeg naar haar man en vernam, dat die op jacht was gegaan met eenige andere mannen van het dorp. Terwijl de vrouw bedaard doorwerkte, hield de missionaris het gesprek aan den gang, eerst over koetjes en kalfjes, maar al gauw begon hij te vertellen over God, over den hemel, over het doopsel, enz. Maar niet lang bleef de pater met de vrouw alleen. Want de komst van den blanken vreemdeling was door enkele omwonende dorpelingen opgemerkt. In ’t eerst waren ze vol schrik, maar toen ze hem zoo vriendelijk tegen de vrouw zagen praten, kwamen ze allengs wat dichterbij, en spoedig had de pater een heel troepje nieuwsgierigen om zich heen. Ook de jongens en meisjes hadden genoeg te kijken, want nog nooit hadden ze zoo’n wonderlijken man gezien. Niet alleen zijn blank gezicht en blanke handen, maar ook zijn lange toog, zijn hoed, zijn schoenen en vooral zijn baard trok hun grootste aandacht. Om de schuwe oogen van die menschen tot rust te brengen, begon de pater hun allerlei vragen te stellen, ten einde hen te doen begrijpen, dat hij veel belang in hen stelde. Het aantal nieuwsgierigen groeide voortdurend aan, en toen de missionaris zag, hoe oplettend ze allemaal naar hem luisterden, begon hij te vertellen over zich zelf. Hij zei, dat hij expres voor hen uit een heel ver land gekomen was ; hij vertelde over zijn vader en moeder, over zijn broers en zusters, over de lastige reis en over de geweldige hitte, en zoo al meer. En om hen te doen begrijpen, waarom hij dat gedaan had, begon hij te vertellen over den grooten God, die hemel en aarde gemaakt heeft, en dien zij, nog niet kenden. Maar God had hem tot hen gezonden, om hun alle waarheid te leeren en hun den weg te wijzen naar het rijk van dien grooten en goeden God, namelijk den hemel. Natuurlijk verzweeg hij, hoe hij de vrouw, daar hij eerst mee gesproken had, al sinds eenige