is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 74, 1924, no 439-444, 1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Arrééé ! vrouwtje, nog al wakker !” riep ie z’n vrouw toe, „Je had op mij niet hoeven te wachten, ’t Is er erg druk geweest vandaag, hoor !"

~Was er zoo veel volk ?” vroeg ze.

„Dat niet, neen, dat niet, maar er is nog nooit zooveel opgeschept als dezen avond, zoolang de soos bestaat en dat is toch al een jaar of tien.’’

„Opgeschept ?”

„Nou en of ! ’t Heele dorp kan er veertien dagen van eten en 't is nog niet op,’’

Mevrouw keek hem vragend aan. Ze begreep niet wat er gebeurd kon zijn.

„Verbeeld je," ging meneer door, „die dochter van den burgemeester, dat mager ding, moet Sint Elisabeth worden in den optocht van de Kindsheid, Een mooie koningin de die ! Als ie er nog een Roodhuidsche meid van maakte, daar is 't juist ’n goeie voor met d’r zwart haar en d’r sproetig gezicht. Maar ’n koningin !"

„’t Is toch een flink meisje," probeerde mevrouw Groot,

„Flink meisje ! Opschepperij en anders niks, 'k Wil er direct twintig noemen, die er honderd keer zoo goed voor zouden voegen als die !

En dan die kale notaris. Verbeeld je, die z'n dochter wordt Jeanne d’Arc en moet op ’n paard meerijden in den stoet !

Wat doet zoo'n meid nou op ’n paard ! Z’n twee oudste jongens mogen ’t pactrd leiden als schildknapen. En weet je wat ie mij nou vroeg ? of ik mijn jongens, Frits en Ernest, soldaatje wou laten spelen. Die mochten dan naast het paard loopen van die deftige dame. Hij zou wel voor de pakjes zorgen ! Wat meent ie, die kale herriemaker, dat ik 't niet betalen kan !’’

„Je ziet nou toch wel, dat ze allemaal meedoen,’’ zei mevrouw weer, „Zij vinden het dus geen fratserij net als gij en ze hebben er graag wat voor over,”