is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 74, 1924, no 439-444, 1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij voelde, dat hij nu meetelde, dat ie nu meer deed dan de anderen, dat ie schitterde. En van schitteren hield ie. Maar op den dag van den optocht, dan zou ie eerst schitteren voorgoed ! Er zou gepraat over hem ; hij zou boven alle anderen uitgaan, en de burgemeester en de notaris zouden scheel kijken van j aloerschheid.

Zoo kwam de Zaterdagmiddag. Dan zou de rijpartij plaats hebben in de groote wei voor het huis.

Eerst moest Frits een ritje maken op den moor Elza. Die Elza was een goedig beest, dat een kind zou kunnen besturen, en het draafde met Frits de wei door op ’n drafje of gewoon stapvoets net zooals de jongen kommandeerde. Toen moest Olga geprobeerd worden. Olga was bestemd voor Ernest, omdat dit paard al oud begon te worden en nog rustiger was dan Elza. Het duurde maar wat lang, eer de jongen met slaan en sporen geven het tot een drafje kon dwingen en dat drafje duurde nog maar heel kort, want Olga hield niet meer van draven en hollen.

Dat alles was echter maar bedoeld als voorbereiding, want papa Groot wist heel best dat zijn jongens met de twee mooren wel overweg konden. Ze hadden er vaak genoeg op gereden, als ze de paarden naar de wei brachten of gingen halen.

Die rijpartij was dan ook maar alleen bepaald, om Eduard te probeeren. Die zou moeten rijden op Dara, de witte appelschimmel, die zoo wild was, dat vader Groot zijn jongens verboden had er ooit bij te komen.

Eduard was ’n wakkere jongen, die heelemaal niet bang was en enkel eens lachte toen Dara, door een knecht geleid, de wei kwam binnenspringen.

„Durf je ?” vroeg meneer Groot.

~Gerust," zei Eduard kort.

„Dat is 't beste," lachte meneer ; „die niet bang zijn, krijgen geen ongelukken."

„Ongelukken I Hé !" spotte Eduard