is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 74, 1924, no 439-444, 1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

'n Wildeman, ja, dat leek hij nu net. Blijf maar 'ns kalm als je zoo'n mooi plan met je rond draagt, waarvoor je toch eigenlijk je ouders noodig hebt. Wim liep de trap op, en vond z’n moeder in zijn kamertje bezig, dat, nu de vacantie voorbij was, ’n „goeie beurt” kreeg. „Dag moe !” groetten-ie en hij gaf haar 'n kus, „wat bent u weer druk bezig !”

Moeder lachte eens. Ze hield zooveel van der jongen en daarom gaf ze hem een kus terug. ~Wat heb je nu wel te vertellen, Wim ? Of ben je ’t al vergeten ?” vroeg ze

lachend, terwijl ze dacht dat het wel weer 'n uiting van jongensvreugde was, voor het behalen van een goed cijfer op school, of het winnen van ’n paar knikkers, of mogelijk iets anders. „O ja, moe !'* zei Wim. „Ik moet u eens wat vertellen en tegelijk wat vragen. Toen herhaalde-n-ie zoo goed hij kon, wat Broeder Theodorus dien middag had verteld van de Missie, en moeder, die veel over de Missie en het Missiewerk gelezen had, hielp hem ’n handje, en zoo kwam Wim tot ’n goed einde. Maar toen had hij nog niet gesproken over de vrijkoop van een slaafje, dat hij met