is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 74, 1924, no 439-444, 1924

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft hij zijn buren bij elkaar geroepen, en ze allen uitgescholden voor alles wat leelijk was, ook de heidenen. Daarna heeft hij over z’n dochter de grootste Muzelmansche verwensching, die er is, uitgesproken : „Nabossa, is bij de Ghristenen gegaan ; ze is een Chtistenhond, ik erken ze niet meer ; ik wil haar vader niet meer zijn ! toen is hij naar Kyata vertrokken.

Toen Nabossa dat alles hoorde, nam zij de zaak heel kalm op, zij beefde niet en liet geen traan. Ze wierp zich aan de voeten der Zusters en zegde .

„Gij waart al mijn moeder, voortaan zult ge ook mijn vader zijn, niet waar ?” De Overste antwoordde daarop . „God zal uw Vader zijn en de H. Maagd uwe moeder. En wij, wij zijn gelukkig, dat wij u ook voor dochter mogen hebben. Wees maar niet bang, we zullen veel van u houden.”

Tot zoover gaat de geschiedenis van Nabossa ; maar zij is nog niet aan het einde. Haar moeder is op t oogenblik te Buyaga. ’t Zal niet lang duren, of wij zien ze hier en ze zal haar dochter willen meenemen. Ook de vader zal ’t er wel niet bij laten zitten. Bidt voor dit arme kind !

Geschreven met m’n eigen hand,

Victor Mukasa,

priester, rector van Narozari.

z.

% AAN DE INZENDERS VAN EOTO’S. 4^

Wegens plaatsgebrek zijn er verschillende foto’s achterwege moeten blijven, ze zullen echter geleidelijk aan geplaatst worden.