is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 75, 1925, no 445-450, 1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

zinnige leven tegemoet te gaan. Nini, te veel gewend aan het zachte zonnige klimaat van Provence, had met haar teere, zwakke borst, het gloeiend Indisch klimaat met kunnen doorstaan. Kort na de geboorte van de kleine Lydia was zij zwaar ziek geworden, en nu was zij altijd nog kwijnend en wilde er maar geen algeheele beterschap intreden. Haar kleine was katholiek gedoopt, maar dat was ook alles. De ziekte, in plaats van Nini beter te maken, verbitterde haar, nu zij op zoo jeugdigen leeftijd zich reeds krachteloos voelde. Dikwijls had zij gevraagd, toch naar Europa terug te mogen keeren. Hoewel haar man ook van het kleine vrouwtje hield, hij kon haar verlangen maar niet inwilligen. Hij kon haar bijzijn niet missen; en zijn zaken gingen zóó schitterend, dat hij er nog niet toe kon besluiten met zijn vrouw naar Provence terug te gaan, al was het maar voor enkele jaren.

Zij woonden tamelijk afgelegen van een katholieke omgeving. Hij zou er zich niet om bekommerd hebben. Zijn godsdienstplichten, daar sprong hij al heel gemakkelijk mee om; maar Nini, die toch in haar hart goed katholiek was, begon er dikwijls over tegen haar man. ’t Antwoord was echter altijd: „Later, vrouwtje, als we genoeg verdiend hebben, keeren we terug naar Provence, en dan koopen we een villa vlak naast de kerk; dan kun je zoo vaak gaan als je wilt.”

Daarmee was de zaak uit geweest, en zooals het vaak gaat, Nini was ook heel wat verslapt op godsdienstig gebied, waar haar langdurige ziekte niet weinig toe had bijgedragen. Toen gebeurde er iets onverwachts. De dokter verklaarde op zekeren dag, dat verandering van lucht noodzakelijk was, want dat hij anders voor dat zwakke leventje niet instond. Zij moest de bergen in, waar het koeler was, en de lucht zuiverder. Ook de kleine