is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 75, 1925, no 445-450, 1925

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in dit zonderlinge land koopt men altijd paard en stalknecht bij elkaar; die zijn onafscheidelijk.

De ponney trad m'n huis, neen, m'n stal binnen; hij was voortaan commensaal.

Maar nu, hollebuik, moet ge eens zeggen, hoe het paard heet?

Wel: paard!

Zeker, dat is z'n eerste naam, maar nu z'n tweede;

ik moet het met een bijzonderen naam kunnen noemen, net als de menschen u Hollebuik noemen.

Noem het zooals ge wilt! En hij barstte in lachen uit.

Daar schoot me opeens Don Quichote in de gedachte, de ~Ridder van de droevige figuur”, in z'n rammelend harnas, diep nadenkend, want hij moest ook eenmaal een naam zoeken voor z'n knol. Daarom schreef Cervantes:

~Alvorens op avonturen uit te gaan, stak hij zich in z'n wapenrusting en hij dacht aan z'n mager paard. Hij zag het echter met z'n ridderlijk oog zoo schoon en wel doorvoed, dat hij het voor Bucephalus van Alexander den Grooten niet zou hebben willen ruilen. Vier dagen bracht hij denkend door, zoekend naar een naam, den dolenden ridder, die het paard berijden moest, waardig. Na veel gedroomd, gewikt en gewogen, er wat bij en wat afgedaan te hebben, noemde hij het Rosinante, snorkende naam, vol beteekenis en het edelste paard der wereld volkomen waardig."

Ik heb het! riep ik uit. De naam van mijn paard zal ook Rosinante zijn! En ik sloeg m'n dikkop met de vlakke hand op den rug.

De stalknecht dacht: ~De Swami is goed geluimd.” En hij had niet heelemaal ongelijk. Oogenblikkelijk smeedde hij het ijzer, terwijl het heet was, en stelde voor, een zadel te koopen. ~Daar kon een man als ik onmogelijk buiten!”