is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 76, 1926, no 452, 1926

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

UIT EEN BRIEF VAN ZUSTER MARTHA COENDERS TE VUNA POPE (NIEUW-GUINEA).

„We hebben deze week een kleine Nellie gekregen, luister eens!

Twee inlandsche Zusters gaan driemaal per week school doen in Karavie (een hijstatie van Vuna Pope en anderhalf uur van hier). Dezer dagen waren ze er weer heen geweest, en toen ze na schooltijd op de terugreis waren, zagen ze lapgs den weg, op een vuilnishoop, iets onkenbaars, iets vuils rondkruipen. Dichterbij gekomen zagen de Zusters al spoedig dat ’t vuile levende „ding” was.... een kindje, een klein meisje, geheel naakt, en bijna onkenbaar als menschelijk wezen.

De Zusters vroegen om inlichtingen aan de menschen die in de nahijlieid waren en ze kregen te hoeren, dat de moeder van ’t arme wormpje kort geleden gestorven was en dat de „vader” zich er niets van aantrok! De hoofdman had nu wel 't wichtje aan een oude vrouw ter verzorging overgegeven, doch die liefdadigheid had niets te heteekenen, want t arme schaapje werd gewoonweg aan d’r lot overgelaten.

Dg Zusters namen t kindje mee naar den hoofdman en vroegen hem

Uit den optocht der H. Kindsheid te