is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 79, 1929, no 470, 1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontsteking te voorkomen. Toen ging de Pater naar buiten, om te zien welk dier hem zoo vriendelijk den poot had toe= gestoken. Daar stond hij ineens tegenover een tijger! Deze wierp zich dadelijk op des Paters hond, die het eerst buiten kwam. Den Pater liet de tijger ongemoeid. De bediende kreeg van schrik bijna de gele koorts. Ge lacht er misschien nu mee, maar ik zou u wel eens bij ’t geval hebben willen zien! ’t Schijnt, dat honden een lievelingskostje zijn voor tijgers en panters. De Ecrw. P. Pirunier wandelde eens door de bosschen, toen er eensklaps een panter uit een struik sprong. De panter moest den Pater niet hebben, wel den hond, maar het beestje kroop angstig tegen de beenen van den pater en ’t scheen niet erg ingenomen met de gedachte, verslonden te worden door een zoo edelen heer als Jonker Panter. Nu mogen de tijgers en panters wel een bezoek brengen bij de Missionarissen, al is dat bezoek dan nog zoo ongewenseht. Zij kunnen er eenvoudig niets aan doen; maar de Missionarissen mogen bij hen geen tegenbezoeken afleg» gen, dat wil zeggen: zij mogen niet op de tijger jacht gaan. Die sport is te gevaarlijk, tc meer daar de meesten geen ge» boren of geoefende jagers zijn en ook dikwijls daarvoor geen geschikte wapens hebben. Maar soms toeh moeten ze wel uit medelijden naar hun geweer grijpen en den strijd wagen. Zoo had een tijger te Mandasoron, reeds 12 kinderen op» geslokt. Eiken dag kwam hij terug om er eentje te pakken. Toen kwamen de inboorlingen Pater Rey bidden en smeeken, dat hij hen toch van dat monster zou bevrijden, want ze konden niet naar hun werk gaan uit louter vrees, dat de tijger zou komen. Ja, in zulke omstandigheden kon en mocht de Pater niet weigeren. Hij beval zich z’n Engelbewaarder aan, nam z’n geweer en ging den tijger tegemoet. Bij het zien van den blanke trok de tijger, die zeker z’n geweten voelde knagen, zich terug in ’t struikgewas. De Pater hem achterna. Toen de Pater dieht genoeg bij hem was, stond de tijger op, om zich op den Pater te werpen. Deze echter bleef kalm, omdat hij daar stond als verdediger der arme kinderen. Hij mikte en.... Pang!.... Toen de rook optrok.