is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 79, 1929, no 470, 1929

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en meenden niet anders dan dat ze door den tijger tot worst zouden gemaakt worden. Voor een Missionaris is ’t eigenlijk, dachten ze, hetzelfde hoe hij sterft; maar naar ’t Paradijs ge» dragen te worden in de ingewanden van een tijger, dat was toch wel een luxe»wagen, waarvan ze liefst zoo weinig moge» lijk gebruik maken. Gelukkig behoefden onze fietsers dien extra=trein niet te gebruiken.

Nu, als sommige lezertjes zich willen oefenen in snel fietsen, laat ze dan maar eens hier komen; dan zal ik zorgen voor een tijgertje van drie jaar en hun dezen op de hielen zetten dan zou ik ze wel eens beenen willen zien maken.

Zulke ontmoetingen zijn hier geen zeldzaamheid. Op zijn weg kwam F. Digmy eens een enormen beer tegen, ’t Was nog vroeg jn den frisschen morgen. De Pater deed zijn medi» tatie, maar had toch z’n geweer in den arm. Een hevig ge» brom haalde den Pater ineens uit z’n hemelsche gedachten naar de aarde. De beer ging overeind staan en meende den Pater met z’n voorpooten te omhelzen. Deze was echter weinig op die liefkoozing gesteld en legde aan. Een blauwe boon trof den beer in de volle borst. Hij had echter een goede maag, want hij viel niet; maar ging toch wel op 4 pooten staan; hij gromde nu nog harder en sloop het struik» gewas in. Waarschijnlijk is hij een eind verder gaan liggen sterven. Hij had zeker den Pater kunnen dooden, alvorens naar den berenhemel te gaan. Waarom deed hij het niet? Vraag dat maar eens aan de HH. Engelenhewaarders!

Diezelfde Pater vertelde mij laatst, dat hij ook eens ge» stooten was op een troep wilde olifanten, ’t Waren er zeven, alle prachtige beesten. Langzaam gingen hunne majesteiten den Pater voorbij, wierpen op hem een loenschen blik, en klapten met hunne ooren, zoo groot als een voorschoot, als wilden ze zeggen: ’t Is de moeite niet waard, zoo’n mannetje! Anders.... De Pater schrok geweldig; maar wachtte zich wel, te schieten; dat zou onfeilbaar z’n dood geweest zijn. Met hun slurf zouden die groote heeren hem gepakt hebben, om hem een paar keer rond hun kop te slingeren, hem dan ter aarde te werpen, hun dikken poot op hem te zetten