is toegevoegd aan uw favorieten.

Annalen van het Genootschap der Heilige Kindschheid tot het doopen en vrijkoopen van de ongeloovige kinderen in Sina en in andere afgodische landen, jrg 81, 1931, no 481-486, 1931

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

BRIEF VAN PATER CALLEUS, W. F.

„GOED GEMIKT.”

In mijn Missie van Kabylië in Africa heb ik een oud=ondeK= wijzer, die als zooveel ouden van dagen ’s avonds niet meer weet, wat hij ’s morgens gehoord heeft, maar nog allerlei her; inneringen heeft van vroeger jaren. Hij vertelt ze aan ieder, die maar luisteren wil. Eén er van wil ik U even vertellen.

Het is speeltijd tusschen de lessen en hoe het er dan naar toe gaat, weten de leden der H. Kindsheid zelf wel. De jeugd is overal hetzelfde. Kleine Lounis speelt met een bal van vodden gemaakt. Hij is vurig in het spel, maar ook ijverig in de klas en hij zou tot voorbeeld gesteld kunnen worden aan de anderen. Hij schijnt de noodzakelijkheid van het leeren ingezien te hebben en hij legt er zich op toe met een vasten wil. In zijn hart is hij een fanatieke Muselman. Als hij een Missionaris ziet, krijgt hij het te kwaad. Hij komt wel bij hen op school, maar enkel omdat ’t moet en er geen andere school is. Zijn hart is vol haat en verachting. Meer dan ecns heeft hij in tegenwoordigheid van zijn kameraden op de voetstappen van den Pater gespuwd en zoo uitwendig te kennen gegeven, wat in zijn hart omgaat. Buiten de school tracht hij den goeden naam van de Missionarissen te be= kladden, die toch ook voor hem vol toewijding zijn.