Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar ik diezelfde week eerst met de „Goentoer” uit Holland ben gekomen „pas uitgekomen”, zooals men hier zegt, stel ik veel belang in alles wat Indië, Batavia en het werk der Missionarissen hier betreft. Ik vraag dus, zoodra ik mijn brevier gebeden heb, naar het kereltje en zijn sadootje.

Sadoo, verkorting van dos-é'i-dos, is de naam van een huurrijtuig hier, waarvan wegens de groote afstanden en de hitte, iedereen, zelfs de armen, gebruik maken. Voor 40 cents rijdt men u wel drie kwartier ver. Kinderen, ook van een werkman —, die om 12 uur uit school komen, nemen een sa’dootje om naar huis te gaan. ’tls immers onmogelijk door de hitte zoover te loepen.

Zoo was het dus nu ook heel gewoon dat de Pastoor aan <lit arme ventje een dubbeltje gaf om met een rijtuig naar huis te rijden.

En wat was er nu met onzen Jozef ?

Hl] was als een verloren kind voor eenige dagen binnengebracht bij een Protestant die hem opnam. Aan tafel echter, toen hem werd gezegd te bidden voor ’t eten, had hij gezegd dat hij anders bad en hij had een kruisje gemaakt. Zoo was hij ’s avonds bij de Pastoors gebracht, opdat die zich over hem zouden ontfermen.

Heel den morgen was nu Pastoor van Rijckevorsel met hem de stad in geweest om informatie omtrent hem in te winnen.

Mat bleek nu? Jozefs vader, een sergeant van het Oostïndisch leger, had den dienst en Indië verlaten en de bruine moeder met haar kind eenvoudig laten zitten. De moeder kon ’t kind niet verzorgen en zoo was het nu hier, dan daar opgenomen. De inlander toch is van nature erg gastvrij, in bijna elk gezin vindt men aangenomen kinderen. Wordt dan later het gezin te groot, of de verdienste te klein, dan moet soms zoo’n kind maar weer den weg op. Zoo was ’t ook met Jozef gegaan.

Diep treurig zoo’n toestand! Het kind draagt zoo in volle zwaarte de rampzalige gevolgen van de zonden der ouders. Gelukkkig dat er dan nog menschen zijn die zich erover ontfermen.

Sluiten