Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bij mij keuvelen; dan hoor ik het wel en wee van mijn parochianen. Den eersten avond den besten vernam ik reeds dat er in Lewotala, een heidensche bergkampong, een vrouw van Lamelara die zelfs haar Iste H. Communie gedaan had, met een heidenschen man leefde. Verlangend om de omstreken te verkennen, zei ik onmiddellijk dat wij die vrouw zouden gaan bezoeken. Zaterdag werd daartoe bestemd, daar ik dien avond toch niet zou preeken om de menschen meer in de gelegenheid te stellen te biechten. Behalve Datong waren nog een vijftal jonge snuiters direct bereid om den toewan te vergezellen en Zaterdagmorgen om 8 uur allen tot den tocht gereed. Wij slaan links van ons huis af en krijgen al direct een voorsmaak van hetgeen het worden zal. Het zijn allemaal rotssteenen; niets dan rotssteenen; ongeveer het eerste half uur drukt onze voet absoluut geen aarde. Gelukkig dat de weg nog niet veel stijgt, want daar heb ik het niet erg op. Na een half uurtje huppelen en springen als een klipgeit, een oogenblik uitblazen. Daar zie ik me in de verte een afdakje; zoover het oog reikt is dat het eenige schaduwplekje in dit dorre land. Daarheen om wat op te luchten. Eenige lontarblaren op een paar palen, ziedaar het huis dat mij eenige oogenblikken zou herbergen; het was zoo laag dat ik er onder kruipen moest, en toen ik er in was niet rechtop kon staan, maar het gaf mij toch eenige beschutting tegen de felle zonnestralen. Na een minuut of tien werd de tocht weer voortgezet. Nu verandering van tooneel. Geen rotsblokken, maar kiezel en zand; geen glooiende helling meer, maar sterk klimmend. Na een tijdje voortgesukkeld te hebben, zie ik een struik die een beetje schaduw biedt. Ik er onder. Zeg eens, Datong, zijn wij al half weg? lk geloof het wel, toewan. Maar ik zie de kampong nog niet liggen. Geen wonder, toewan, die ligt aan den anderen kant van den berg. Moeten wij dan hierover? en daar stond me een kegeltje aan te grijnzen van een ongeveer 4 a 500 meter hoog, ongeveer steil recht naar boven.— Wel ja toewan, dat is de kortste weg. Eenmaal a gezegd, dus ook b maar zeggen, vooruit naar boven! Met handen en

Sluiten