is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten uit Nederlandsch-Oost-Indië; ten dienste der eerwaarde directeuren van den Sint Claverbond, 1913, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Niet dat de ouders van Meong iets tegen den jongen zelven, tegen Rata, hadden. O neen, zij wisten te goed dat Rata ijverig en oppassend was, dat hij zich nooit aan den inlandschen sterken drank „sopt Solor” overgaf. En hadden zij niet meermalen, zelfs bewonderend, naar hem gestaard, als hij met zijn berok (’n uitgeholde boomstam tot vaartuig verwerkt) wiegelende op de dansende golven, naar ’s lands wjze met pijl en boog, de visschen verschalkte? Daarbij was hij een der ijverigsten, als tegen de hellingen van den steenachtigen Ilimandiri de maïs- en droge rijstvelden moesten worden aangelegd. Dan wist hij met zijn puntigen, in’t vuur geharden bamboestok de klonten tusschen de steenen zoo handig om te keeren als geen van ’t dorp. En moest er dan na omwerking van de velden, op de hoogere hellingen van den Ilimandiri hout gehaald worden, om heggen of liever beschuttingen te maken tegen ’t indringen van wilde of verwilderde zwijnen, dan was hij een der eersten, die uitgelaten gillend het voetpad besteeg en al lachend en schertsend den een na den anderen tak voor zijn parang of bijl deed vallen.

En toch was Rata als aanstaande schoonzoon bij Meong’s ouders niet gewild. Hoewel zij ervan moesten overtuigd zijn, dat ze beiden als voor elkaar gemaakt waren, en ook wisten dat hun kind niets vuriger verlangde, zagen de ouders tóch hoogst ongaarne, dat Meong eenige belangstelling aan den dag legde voor Rata. Zij, Meong, mocht zelfs ten lange laatste zijn naam niet meer uitspreken, of op ruwe wijze werd ze door vader en moeder, ja zelfs door andere familieleden, berispt. Want met zoo’n huwelijkskwestie laat daar gansch de familie zich in, omdat.bij inlandsche familiën onder vele opzichten ’t leven gemeenschappelijk is. „Die dwaasheid om ooit Rata te trouwen” werd dan op bitteren toon herhaald —, „moest ’t meisje zich maar uit ’t hoofd zetten! Hoe eer hoe”beter! Want nimmer of nooit zou het gebeuren. Gansch de familie kwam daar tegen in verzet. Wat ze wel dorst bestaan, zij meisje, om aldus tegen den der familie te willen ingaan?”

En zoon besluit van ouders en familie zegt iets bij de heidensche Florineezen, daar ze ’t lot der kinderen bij keuze