Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gods zullen worden aangenomen. Men kan zien hoe zij ’t beseffen, dat een groote genade hun geschonken gaat iworden. En meer dan eens ziet men er een stil naar dé kapel sluipen, om daar voor Jezus’tabernakel neergeknield, Hem te zeggen dat hij er. toch zoo naar verlangt zijn vriendje te worden.

Eindelijk waren de dagen van voorbereiding voorbij en de dag jvanj het H. Doopsel aangebroken. Ge begrijpt dat het een plechtigheid was van langen duur. Aan 55 het H. Doopsel toedierien op één middag, dat is geen kleinigheid, voorwaar ; wel bijzonder hier in de Tropen. Ruim drie uren heeft het geduurd. Maar ook hier bleek het weer: de liefde kent geen vermoeienis. Toen. ik na afloop aan eenigen vroeg, of ze niet erg vermoeid waren, of ’t hun niet lang was gevallen, was aller antwoord: „O neen. Pastoor, het was zoo’n mooie plechtigheid!” Sommigen konden tijdens de plechtigheden den warmen gloed van hun Oostersche natuur maar nauwelijks bedwingen, Toen hun gevraagd werd: „Wilt gij gedoopt worden? waren zij niet tevreden met eene eenvoudige bevestiging, maar zij gevoelden er behoefte aan hun verlangen te onderstrepen met een: Ja, erg graag!” En wat kwam dat „Ik geloof! er telkens uit met een vastheid en kracht! Zij weten wel dat zij in de vacantie thuis, in allerlei omgeving, nog al eens hun standvastigheid noodig zullen hebben om’ hun geloof niet te schande te maken.

Het was eene verheffende plechtigheid. Maar toch de volgende dag zou ons nog meer bieden.

Met grootsche praal, zooveel maar onze armoede het toehet, werd deze plechtige Communie gevierd. Z.E. Pater Rector, voorafgegaan door 3 assistenten' en een tiental misdienaars in roode togen, ging de feestelingen afhalen, die nu in statigen optocht naar de kerk trokken.

Hier was alles op ’t mooist versierd. Vooral voor iemand, die pas uit Europa komt, is zoo’n versiering opvallend mooi; want aan fraaie bloemen en sierlijke palmen ontbreekt het ier niet, in ’t land der palmen. Maar meer toch werd ons oog steeds getrokken tot de Communicanten zelf. Zoo’n zes-

Sluiten