is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten uit Nederlandsch-Oost-Indië; ten dienste der eerwaarde directeuren van den Sint Claverbond, 1913, 1913

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inlandsche woningen; kinderen in het kleed, dat moeder natuur hun heeft gegeven, plassen badende in den stroom, die schuimend en bruisend over zware keien heenstort; karbouwen grazen aan de helling, die met haar groen van bosch en veld naar de hoogste toppen opklimt. Hoe gaarne vergeet men dien ouden steen, om alleen oog en hart te hebben voor ’s Heeren Schepping, waarin zich telkens nieuwe schoonheden voordoen.

De beschrijving van de 'Statie Buitenzorg is reeds vrij uitvoerig geworden, doch meen ik, niet te mogen eindigen, zonder iets te hebben medegedeeld aangaande ’s Lcinds Plaiite’ntuin, waardoor deze plaats een wereldvermaardheid heeft verworven.

Toen- in 1815 de Commissarissen-Generaal, welke de Oost-Indische Bezittingen weder uit de handen van het Engelsche tusschenbestuur zonden overnemen, uit Nederland naar Java vertrokken, werd aan hen toegevoegd de Hoogleeraar in scheikunde, artsenijbereidkunst en natuurlijke historie aan hetAthenaeum illustre te Amsterdam, G. L. Reinwardt. Ten gevolge van ellenlange bureaucratische bescheiden kon er pas in Augustus van het volgend jaar verklaard worden, dat Oost-Indië, onder de Nederlandsche Regeering was teruggekeerd, zoodat ook toen eerst Reinwardt met zijn werkzaamheden een aanvang kon nemen. Nog een jaar omstreeks verliep en toen kwam er een Regeeringsbesluit om op Java een botanischen tuin op te richten. Het was den 15den April 1817, terwijl Baron van der Capellen Gouverneur Generaal was (1819—1826).

De kruidtuin, tot wiens oprichting was besloten kreeg al spoedig den naam van ’s Lmuls Plantmtwm en behoorde zooals thans nog somwijlen verkeerdelijk wordt voorgesteld niet tot het park dat het Gouvernementsgebouw van den Gouv. Gen. omringt; hij is en hij was daarvan, zoowel wat financiën als wat beheer betreft, geheel gescheiden. Den 18den Mei 1817 werd de eerste spade in den grond gedreven, en begonnen de werkzaamheden van den aanleg met 43 arbeiders, waarover 2 mandoers waren aangesteld. Reinwardt zelf, zonder den naam van Directeur te dragen, nam het beheer op zich, terwijl tot hortulanus James Stooper benoemd werd, die m de Koninklijke