Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Gelukkig, dat ik mijn paard bij mij had, want het zou bijna niet te doen geweest zijn om door zoo’n wildernis in toog te loopen. Ik kwam bij een klein hutje, dat meer op een beestenstal dan op een menschelijk verblijf geleek. Daar lag der man op de bale-bale uitgestrekt te kermen van de pijn. Toen hij mij zag, bedaarde hij een weinig. Eerst vroeg ik naar zijn ziekte; en naar hetgeen hij mij vertelde, was ik er van overtuigd, dat er geen hoop op herstel was, tenzij misschien een bekwame geneesheer ter hulp kon snellen. Ik zei derhalve, ddt ik gekomen was om hem de laatste H. Sacramenten toe te dienen en dat hij zich op alles moest voorbereid houden. De '• man sprak zijn biecht met een groot berouw en beloofde mij zijn ziekte als een geschenk uit de hand van O. L. Heer aan te nemen, om voor zijn zonden te boeten. Na het einde van zijn biecht, zeide hij mij : „Toewan, mijn vrouw ligt daar ook zwaar ziek, de toewan moet haar ook helpen, want zij is uiterst zwak.” En werkelijk daar lag op een ander plaatsje een jeugdige vrouw te worstelen met zware koorts. Haar kind, te vroeg geboren, had haar bijna tot den dood gebracht. Ik vroeg aan de omstanders, wat zij van haar toestand dachten en kreeg tot antwoord, „dat zij ook enstig ziek was.” Zou ik ook haar thans bedienen ? „Da moet de toewan weten.” Natuurlijk. Doch voegde ik er bij : „Veronderstel, dat de toewan niet ter plaatse was, zoudt gij dan ZijnEerw. geroepen hebben om haar de laatste H. Sacramenten toe te dienen?” „O zeker, toewan.” Zij dus begrepen, dat de pastoor niet te laat moet worden ontboden. En zoo werden man en vrouw in dit armzalig krotje bediend. Gelukkig hadden de familieleden medelijden met hen en werden de twee zieken op een bale-bale naar de kampong getransporteerd. „Toewan,” zoo zei mij de man een paar dagen later, „ik zou in dat tuinhuisje zeker gestorven zijn, want de noodige verzorging ontbrak totaal; hier komen mijn bloedverwanten mij met alles te hulp en hoop ik spoedig op e knappen.” Hij wist niet dat zijn uur zoo nabij was, want reeds den volgenden dag bij het eerste morgenkrieken werd hij ter verantwoording opgeroepen om, naar ik stellig hoop, een barmhartig vonnis te ontvangen. Terwijl de menschen des middags bezig waren

Sluiten