Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

IV.

Een dienstreis, die een schadepost werd

door Pastoor J. DE NATERIS.

Sinds eenige dagen lag de prauw reeds gereed; de bemanning, een twaalftal jongens, was aangemonsterd; ik zelf zou de eenige passagier zijn ofschoon ’t verder iedereen vrij stond mee te gaan; mits hij maar in eigen onderhoud voorzag.

Vrije overtocht kan er nog wel overschieten, maar meer ook niet. De reisroute is U al van vroeger bekend; onze tocht gold: Woereh, Wai-Wadan en de bergkampongs op den Oosthoek van Flores gelegen. Daar de Paaschtijd nog niet verstreken is, moesten wij de Christenen op die plaatsen in de gelegenheid gaan stellen aan hun verplichtingen te voldoen.

Na eerst Tengah aangedaan te hebben om de noodige goederen te laden, bereikten wij, daar wind en stroom gunstig waren, in een flink half uur Woereh. Hier weer lossen en laden en voort glijden wij naar Koli-datang. Volgens afspraak zou een onderzoek worden ingesteld naar de bekwaamheid der kinderen, die tot de eerste H. Communie zouden toegelaten worden. Echt in een examenstemming stapte ik aan wal; alles was van tevoren besproken, dus bleek een groot aantal kinderen niet aanwezig te zijn, omdat de boodschappers mij verkeerd begrepen hadden.

Ik begon maar met degenen die er waren en zes slaagden schitterend. Dat was alvast een kleine vergoeding voor de teleurstelling, die nu volgde. Van Woereh had ik mijn vierkante tafel medegenomen, die als altaar dienst moest doen. Wijl ik nog niet verwacht werd, was er zelfs geen afdak gemaakt, \i?aaronder de tafel kon geplaatst worden. Doch daarin voorzag de natuur. Het fijne loover van een prachtigen assam-

Sluiten