Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Hij krijgt in die jaren nog een reeks van mooie namen die wij voor de curiositeit niet kunnen nalaten te vermelden:

Op drie- è, vierjarigen leeftijd noemt men hem «den kleinen koning», d. w. z.: die zijn eigen willetje heeft.

Een half jaar later heet hij: «gekookte rijst etend.» Vijf jaar oud noemt men hem «tuinbederver.» Het meisje wordt op zes-a zevenjarigen leeftijd «ijverig met de saroeng» geheeten en de jongen een beetje later «ijverig met zijn bèbèd»: de bekende beenendoek. Nog een paar jaar later noemt men ze «dol op kleeren». De kleine broekmannetjes loopen dan, vooral op feesten, met een mooie fluweelen kiel, terwijl de juffers met haar fraaie gebloemde sitsen jakjes pronken. Is het meisje elf jaar oud, dan noemt men ze «als prinsesjes», en de jongens natuurlijk «prinsen», totdat eindelijk voor meisjes op twaalfjarigen leeftijd de naam «huwbare» geldt, terwijl de knapen, vijftien jaar oud, den jongelingsleeftijd intreden.

Als u bedenkt, dat voor al die omschrijvingen evenveel Javaansche woorden of uitdrukkingen bestaan, kunt u begrijpen hoe rijk de Javaansche taal en hoe moeilijk ze is.

Heeft de Javaansche dreumes eenmaal zijn aangeboren vrees voor den vreemdeling overwonnen, dan is het werkelijk een aardig baasje. Hij wordt er ook van jongsaf aan gewend, zelfstandig op te treden. Als de vent ’s morgens na een-verkwikkenden slaap zich frisch gebaad heeft, blijft hij zoo lang op den drempel der deur zitten, totdat moeder hem zijn dagelijksch traktement heeft uitgereikt. Groot is die som niet: één of anderhalve cent, daar kan hij het mee stellen. Hij gaat er mee naar de waroeng, een restauratiegelegenheid half winkel, half gaarkeuken, koopt daar zijn ontbijt en gaat volop verzadigd zijn spel beginnen. Denk niet, dat hij rammelend van honger goed toeziet niet te laat te komen voor het middagmaal. O neen, als het spel hem goed bevalt, ziet hij er niet tegen op laat in den middag naar huis te gaan, zoodat de ouders al ongerust beginnen te worden.

Laat opblijven, daar is hij ook niet bang voor. Als het ’s avonds maan is, ligt hij soms pas om elf uur in zijn nestje.

Sluiten