Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

er zijn chineesche en armenische toko’s, een tolkantoor en loodsen der douane, een hulppostkantoor, eene nieuwe ruime pasangrahan, een landschapsschool met, cementen vloer, de woning van den commandant, (Wel Ed. Gestr. Heer K. W. F. van Langen, 1914) het ferme huis van den Radja tegen den heuvel gebouwd, en op den heuvel, die de -geheele baai beheerscht, het bivak voor de soldaten, met de Hollandsche vlag in. top.

Dit bivak is wel het armoedigste van alles ; ’t zijn slechts woningen van bamboe en rotan en met palmbladeren gedekt. Alle dagen werken er eenige kettinggangers aan de wegen en men ziet hen langs een Decauville-spoor het zand verkruien, waarmede het modderstrand wordt aangeplempt; zoodat bi| Feenstra alleen nog maar waar blijven de woorden over het oude fort en over de verroeste kanonnetjes. Banggaai stad en land, meet van Noord-Zuid 15 K.M. en van Oost-West 8 K.M. en telt 10 Kampongs met eene bevolking van ruim 2000 zielen, die allen den Islam belijden. Het bergvolk leeft van den landbouw, en brengt de boschproducten als rotan, sago, was, enz, naar beneden, terwijl het strandvolk leeft van het bereiden van kopra en de vischvangst, vooral parelvisscherij, schildpad en tripang,

Tot nu toe is er voor mij nog geen werk te verrichten op Banggaai. Maar als ik op dienstreis ga naar Sambioet moet ik er heen, om mijne papieren te laten afteekenen bij den Civielen Gezaghebber, om vandaar terug te keeren naar Sambioet. Want Sambioet op het eiland Peleng zijn wij ’smorgens reeds voorbijgestoomd.- Komende van Loewoek vaart de boot door straat Peleng en slaat dan rechts ten Zuiden af naar Banggaai. Dan ligt het eiland Peleng met Sambioet aan uwe rechterhand, en ziet gij, door de afwezigheid van den «Premmo», dat de christenen reeds naar Banggaai zijn afgereisd om den Pastoor te halen. Terug naar Sambioet zeilen wij dan nog denzelfden dag, doch nemen gewoonlijk een anderen en korteren weg tusschen de vele eilandjes door, waar het stoomschip zich niet durft wagen. Aldaar zeide Mevrouw Sexson mij eens: Hier komt geen stoomboot. Pastoor,

Sluiten