Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

stoomschip «Torrington» en betrad den 3 December van dat jaar op den feestdag van den H. Franciscus Xaverius den Indischen bodem.

Van 1879 tot 1885 was hij te Soerabaja werkzaam, daarna vertrok hij naar Kendari op het eiland Celebes, een geheel onbeschaafde streek, waar nog nooit te voren een missionaris den voet had gezet. Het was hem opgedragen hier een nieuwe missie te stichten. Dat hem hier een moeilijke arbeid wachtte, was te voorzien. Toen hij dan ook met de boot landde, durfden de inlanders niet naderbij komen. Zij sloegen van uit de verte den vreemdeling gade, die het waagde in hun land binnen te dringen. Doch spoedig wist hij zich met hen vertrouwd te maken door hun kleine geschenken uit te reiken.

Daar onder die verspreide bevolking, verdeeld in strand- en bergbewoners, Boegineezen, Toretten en Tokea’s, ook wel koppensnellers genaamd, heeft hij veel wederwaardigheden te verduren gehad. Maar toch slaagde hij er in een geschikte woning te bouwen, waarop zegevierend zich het kruis verhief.

Hij was onvermoeid in het reizen, beklom bergen, ging langs ongebaande wegen, doorwaadde bergstroomen omjiet H. Geloof aan de heidenen te prediken. De ijverige missionaris ondernam deze tochten blootsvoets, blootgesteld aan de brandende zonnehitte. Veel tegenwerking ondervond hij van de radja’s en opperhoofden, welke ten slotte zoo erg werd, dat men het op zijn leven voorzien had.

Maar onverschrokken ging hij verder, de in duisternis ronddolende heidenen het licht van het H. Geloof te brengen, totdat hij gehoorzaam aan de stem van zijn geestelijke overheid, geroepen werd naar Djokjakarta op Java, waar hij in 1887 arriveerde.

Hier was hij werkzaam als medehelper van Pastoor Palinckx tot 1889, toen Magelang van Djokjacarta gescheiden werd en pastoor Voogel zich belast zag met de zorg voor deze nieuwe statie.

Wederom wachtte hem nu een zware taak.

In Magelang toch was niets aanwezig, zelfs geen bedehuis, waar hij op waardige wijze de H. Geheimen van het geloof

Sluiten