Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van zijn ledekant rustte daarop ging hij naar buiten, spreidde zijn matje uit op den blauwsteenen vloer der open galerij, legde een klein kussentje, vooral een niet te zacht en niet te warm, onder zijn hoofd en gunde zich eene nachtrust, indien het althans rust mocht genoemd worden, van drie of vier uren. Honderdmaal hebben wij hem gezegd dat hij zich vermoordde, maar tot verandering van levenswijze was hij niet te bewegen. Het gewone antwoord, dat wij ontvingen, was dit: «Mooi praten! Maar hoe moet ik anders tijd vinden om ten minste nog een béétje te studeeren? Ik zie er geen kans op • en daarbij; ik ben ijzersterk!»

Voegt gij bij dit alles het feit dat pastoor van Santen eene alles behalve sterke maag had, zoodat hij des middags gemeenlijk zeer weinig, des avonds hoegenaamd niets at dan een paar djeroeqs oftewel Chinasappelen, en nagenoeg alleen leefde op het matig ontbijt, dat hem inderdaad altijd voortreffelijk bekwam, dan zult gij er te meer over versteld staan, hoe het mogelijk was, en nagenoeg tot het einde mogelijk bleef, te arbeiden gelijk hij deed.

Voor preeken had hij een geheel buitengewonen aanleg. Hij had zich gevormd op Bourdaloue; en al de' sermoenen, welke hij ten gehoore bracht, droegen het stempel van den in druk, dien die groote predikant op zijne ziel gemaakt had. Men kon er zeker van zijn, dat altijd een doorwrochte verstandelijke behandeling der stof, bij het begin ten gehoore gebracht werd; en dat hij eerst overging naar het gevoel, nadat die verstandelijke behandeling zijnen hoorders was toegevoegd. Vandaar dat zijne preeken altijd een zeer diepen indruk maakten, die niet spoedig werd uitgewischt. Beroemd waren te Batavia zoowel als te Soerabaya de mofgenonderrichtingen, welke hij jarenlang eiken Zondag gedurende de Mis van 7 uren gaf, en die het inderdaad, ook voor ons, zijne mede-arbeiders, een lust was te hooren. Beroemd waren insgelijks zijne prachtige feestpreeken bij allerlei gelegenheid. Beroemd vooral waren zijne Oudejaarsavondpreeken, waarin de omstandigheid dat zij gemeenlijk werden bijgewoond door dusgenaamde «katholieken van den konden grond», die den

Sluiten