is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten uit Nederlandsch-Oost-Indië; ten dienste der eerwaarde directeuren van den Sint Claverbond, 1917, 1917

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit een schorpioen of een slang is tegengekomen; en als hij laatst gezien had, hoe ’n Javaansch jongetje voor de aardigheid een grooten boa constrictor telkens in zijn staart kneep, dan had hij dien angst voor slangen ook wel in zijn zak kunnen steken. Ik ben al twaalf jaar in Indië, en heb meermalen met slangen kennis gemaakt. Ze zijn, zonder permissie, wel ’s over mijn handen gekropen en in ’t water langs mijn rug gezwommen, maar gebeten hebben ze me nooit, ’n Schorpioen heeft me ’n keer met zijn scharen te pakken gehad, maar in zijn ver; bouwereerdheid vergat hij met zijn staart te steken, waar ’t eigenlijke vergif in zat, zoodat ik ook daarvan geen noemenswaardige gevolgen heb ondervonden.

Maar enfin, dat kun je zoo hebben met menschen, die pas een paar maanden op Java zijn; die weten je altijd direct te zeggen, wat voor een land het is.

«Nou», zei ik eindelijk om hem te troosten «Je hebt hier in ieder geval geen Zeppelins, die bommen uit de lucht gooien; en loopgraven met vloeiend vuur hebben we hier ook nog niet noodig gehad. Ik zeg maar: Zalig Indië!»

Maar intusschen, geachte- lezer, ’n feit is een feit. En dat die klapperboom blaren heeft, die ’n mensch liever niet op zijn hoofd krijgt, is ook een feit. En als er van een hoogte van twintig meter, een noot naar beneden komt, zoo groot als een kinderhoofd en vol water, dan is ’t ook maar zaak daar niet juist onder te staan 1...

Gelukkig loopen er op de wereld heel wat Engelbewaarders rond, en zoo komt het wellicht, dat ik nog nooit heb bijgewoond of gehoord, dat iemand op die manier ter ziele is gegaan.

Wel weet ik van den klapperboom, dat hij ’n enorme massa nut verschaft, dat rijkelijk tegen het gevaar opweegt. In Holland heeft er zoo menigeen ’n tik van de molenwiek beet, maar de molens blijven er niet minder om in eere. Zoo geniet ook hier de klapperboom, met de bamboe en de rijst, de bijzondere voorliefde van den Javaan. Dat zijn de drie gewassen, waar, om zoo te zeggen, heel zijn leven omheen draait. Wanneer we met den trein dwars door Java rijden, dan