Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

eigenaardige wijze de zone van den plantengroei aanwijzende: zijn voet is omkransd door terrasvormige rijstveldén, hier en daar afgewisseld door suikerriet-tuinen, in wier midden schilderachtige Kampongs als verstrooid liggen. Hoogerop tierde vroeger de koffieboom, doch uitputting van den grond heeft thans die teelt onmogelijk gemaakt; nog meer naar boven> komen de kaneel-plantages en dan de theestruiken, tot eindelijk het oorspronkelijke woud den top van den berg bedekt.

Ruim een eeuw geleden, in 1805, spookte de Tjeremai op een onrustbarende wijze, en sedert deze uitbarsting, zoo verhaalt ons Junghunn, begonnen epidemische ziekten in de vlakte van Cheribon te woeden, die men pestachtig noemde, en vele Javanen ten grave sleepten. Welke stoffen er werden uitgebraakt, wordt niet vermeld, of het zand, asch, slijk was, dan of zij zeeproducten, visschen met zich voerden de geleerde Dokter is hier nog aan het woord die over het land werden verspreid, tot verrotting overgingen en de lucht verpestten, blijft in het onzekere *).

Een feit is het, dat in de maandert September en October, als de beruchte angin-Koembang (Koembang, zoo heet een der uitloopers van de Tjeremai) over de vlakte van Cheribon heenstrijkt, thans, nog, daar ter plaatse, de meeste koortsgevallen voorkomen.

Is de Tjeremai bekoorlijk door zijn plantengroei, ook de dierenwereld is of was ten minste vroeger daar door eigenaardige exemplaren vertegenwoordigd. Toen onze Dokter den berg beklom en de kloofwanden allerwege onderzocht, trof hij er een rhinocerospad aan, dat rondom den krater liep. Het vormde een regelmatig kanaal, ter diepte en breedte van eenige voeten, bodem en zijwanden waren volmaakt glad geschuurd.

In deze kanalen maakt de Javaan jacht op den dikhuid, niet met behulp van kruit en lood, maar door sikkelvormige messen in den grond te steken en deze met mos te bedekken. Als nu het logge dier bergop of bergaf komt en daardoor de pooten

*) Java, door Dr. F. Junghunn I 168.

Sluiten