Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

mat, die den vloer der Sacriste bedekte. Het was ook in deze kerk dat Xaverius, door goddelijke ingeving tijdens het H. Misoffer, de zekerheid erlangde van eene overwinning der Portugeezen op de Atjehers behaald. Uit dit heiligdom tevens, daalde Franciscus strandwaarts neder, toen hij, na geruimen tijd door den snooden Portugeeschen Commandant Alvarez d’ Ataïde, werd gedwarsboomd in de uitvoering zijner dierbare plannen, zijn tocht naar China aanvaardde. Datzelfde heiligdom mocht eindelijk het stoffelijk overschot van den geloofsheld binnen zijne muren ontvangen en eenigen tijd bewaren.

Wat men vanaf het dek van den stoomer, die daar voorbij vaart, met behulp van een verrekijker aanschouwt, zijn slechts muren, ten deele afgebrokkeld; het priesterkoor schijnt langen tijd tamelijk wel bewaard gebleven, doch beter nog de Sacristie, die door de O. 1. Compagnie een honderd jaar later nog geschikt werd geoordeeld voor kruitmagazijn te dienen. (*)

Is men eenigermate vertrouwd met de levensgeschiedenis van iemand, die ons dierbaar is, en men passeert de plaatsen, die door diens daden geheiligd zijn, dan meent men de feiten te aanschouwen op een wijze alsof men er, in eigen persoon, bij tegenwoordig was geweest. Ditzelfde gebeurde ook met schrijver dezes, toen hij de oude, nu vervallen stad Malakka voorbij voer. Ik meende in den geest de landing te zien van den H. Franciscus, toen deze in het najaar van 1545, van Goa komende, voor de eerste maal Malakka bezocht. De faam zijner heiligheid was hem reeds vooruitgesneld.

Een Portugeesch galjoen wierp het anker uit op de reede. Dra werd een sloep gestreken, waarin de Heilige plaats nam; rappe handen roeiden het ranke vaartuig naar het strand, waar een opgetogen menigte ter ontvangst was heengesneld. «De H. Pater komt» zoo klonk het uit aller mond; vrouwen stonden daar met hare kleinen aan de hand, voedsters hare voedsterlingen op de armen dragende. Xaverius stapte uit de sloep en betrad het mollige zand, waar de menschen zich op de knieën hadden geworpen om den zegen van den Heilige te ontvangen, en diens hand te kussen. En, zoo voegt zijn geschiedschrijver hierbij, de kleinen noemde hij bij hunnen naam, en vroeg hun

(*) Studiën XVI j. 22ste Deel, blz. 81.

Sluiten