Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

op een heuvel. Hier in een bergland, vol steile, hemelhooge toppen, noemt men een terrein van hellingen als ten uwent in de duinen, zoo het zich over een breede lengte uitstrekt, allicht een vlakte, wel te verstaan dan: een hoog-, een bergvlakte.

Op het plaatje kan u buiten bergen, kinatuinen enz., o.a. ook de laboratoriagebouwen zien, alsook den regelmatig door het Gouvernement aangelegden kampong voor ’t werkvolk der afdeeling Tjinjiroean.

Vroeger deelden we reeds mee, dat de Kina in Indië werd ingevoerd. Zijn oorspronkelijk thuis is Zuid-Amerika. En zoo heel lang is dat nog niet geleden, dat de Kina in Indië zijn intrede deed. Des te meer opvallend, dat ons Java zeker voor 9070 de Kinamarkt van heel de wereld voorziet. Een buitengewoon succes, dat onze zoo vaak onhebbelijk gesmade regeering tot onvergankelijke eere strekt. En dit geschiedde in een tijdperk van minder dan 70 jaren!

Hoe dan de Kina in Indië kwam? Ongeveer anderhalf honderd jaar reeds geleden, was de heilzame werking van den Kinabast in Europa bekend. Een der eersten, die zijn heilzamen invloed ondervond, was de gravin Del Chinchon, echtgenoote van den Spaanschen onderkoning van Peru. Ze lag ziek aan hardnekkige koortsen. De tot poeder gewreven bast, haar door een ander Spanjaard toegediend, had weldra een gunstige uitwerking. Hersteld, verspreidde zij overal dit geneesmiddel eerst in Peru, later, na terugkeer, ook in Spanje. Naar haar werden dan ook de boomen, die den geneeskundigen bast leveren, Ci'nchona genoemd, en ’t poeder zelf noemde mfen in Spanje Pol va de la Condesa d. i. het gravinnepoeder.

Wijl ook de paters Jezuïeten zich zeer verdienstelijk maakten door de verspreiding van dit nieuwe geneesmiddel, kreeg het ook den naam van Pulvis Patrum (paterspoeder) of Pulvis Jesuiticus* (Jezuïetenpoeder) Polvo de losTesuitos.

Aan dien naam is de volgende typische herinnering vjerbonden. Toen de beruchte Cromwell, de zoogenaamde protector van Engeland, in 1658 op zijn laatste ziekbed lag, hevig gekweld door koorts, wilde zijn geneesheer, ter beteugeling daarvan, hem een dosis van het zoo geroemde pulvis Jesuiticus in' geven. Maar bij ’t hooren van dien naam, weigerde Cromwell hardnekkig het geneesmiddel in te nemen. Alzoo verloochende zich deze fanatieke Katholiekenvervolger zelfs niet in de laatste