Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wenschte hem van harte geluk met het feit dat hij reeds de helft eener eeuw als lid der Sociëteit van Jezus geleefd had, en smeekte den zegen des Allerhoogsten af over de jaren – mogen het er vele zijn! die hij nog op aarde zou doorbrengen ter meerdere eer van God, ten voorbeeld voor allen, die met hem in aanraking komen, tot heil van den evennaaste, tot geluk voor zichzelven in tijd en' in eeuwigheid. Het was den aanwezigen aan te zien, dat de treffende en hoog-ernstige woorden van Pastodr Jorna diepen indruk gemaakt hadden op hunne harten. Ook de Jubilaris was zichtbaar bewogen en meermalen wischte hij een traan van aandoening van zijne bleeke en trillende wangen.

Nadat Pastoor Jorna zijn laatste woord gezegd had viel het koor weder in en bracht den Engelenzang van Frans Abt op keurige wijze ten gehoore. Toen stond de Jubilaris op. Naar bekend is werd hij, een tiental jaren geleden, door keelkanker gedwongen Indië te verlaten en naar Europa terug te keeren; al heeft dan ook eene zware operatie, in het Insel-Spital te Bern den 21 sten Juli 1908 door wijlen Professor Kocher op meesterlijke wijze verricht, hem het leven gered, de gevolgen zijner deerlijke kwaal bleven hem bij: zijne stem bleef dof en niet dan met inspanning kan hij, in groot gezelschap vooral, verstaanbaar spreken. Met angst vroegen de in de zaal aanwezigen zich af, wat er zou worden van „de beantwoording door den Jubilaris”, die op het feestprogram stond aangekondigd en nu zou beginnen. In een prachtigen, met ontroerden vinger ten papiere gebrachten Haagschen Brief., die twee dagen later de kolommen van De Tijd versierde, vertelde de mysterieuze schrijver dier vermaarde correspondentie, wiens naam tot heden onbekend is aan het publiek, dat alle vrees der aanwezigen ongegrond bleek. Met uiterste inspanning zijner kracht kon Pater Jonckbloet, dien men het laatste half uur een menigte Poncelet- of Mentha Pastilles had zien verorberen, weliswaar niet meer dan een dof geluid voortbrengen, maar het was een dof geluid, waar gehéél zijne ziel uit sprak en dat verstaan werd door alle toehoorders, woord voor woord, tot in de verst afgelegen hoeken der groote feestzaal. Verschillende dagbladen, die de rede verkort wedergaven, hebben reeds gemeld welken diepen indruk ze maakte. Aangezien echter de spreker, na afloop der plechtigheid, haar, op verzoek der leden van het