is toegevoegd aan uw favorieten.

Berichten uit Nederlandsch-Oost-Indië; ten dienste der eerwaarde directeuren van den Sint Claverbond, 1919, 1919

Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de gevoelens uit, welke zijn hart beheerschten. „Thans zit ik T'eeds zeventien jaar hier te Larantoeka, en nu nog wel als banneling. Maar ik moet zeggen, dat de beide Paters en de Broeder van Steyl, die zich hier met mij bevinden, voor mij de goedheid en de voorkomendheid zijn in persoon. We leven als echte vrienden met elkander. Zij zijn er slechts op uit, den laatsten tijd, dien ik hier zal doorbrengen, zoo aangenaam mogelijk voor mij te maken en het vreeselijk zware heengaan, dat me wacht, zooveel mogelijk te verlichten. Natuurlijk is hun aantal véél te klein voor de uitgestrekte, heerlijk bloeiende Missie van Larantoeka en dagelijks kijken wij uit of er nog geen vredesduif komt aanvliegen met het bericht dat nieuwe Missionarissen, en in grooten getale, weldra zullen uitkomen. Maar helaas, tot nu toe te vergeefs ! We kunnen niets anders doen dan herhalen FIAT VOLUNTAS TUA! waar we niet alleen nuttig maar ook broodnoodzakelijk werk moeten nalaten bij gebrek aan de noodige krachten. Hoe zielsgaarne ik overigens voor altijd te Larantoeka zou willen blijven, ’t moét mij van het hart dat ik thans naar het einde begin te verlangen om wederom in een onzer eigen missies te kunnen arbeiden, in een onzer eigen huizen te mogeh leven. Den 19denOctober word ik 57 jaar, en, al zeide ik dan ook dikwijls dat ik er op reken de. 80 te zullen halen, de Hemel weet wat er met me zal gebeuren. Zoo gaarne zou ik sterven te midden mijner medebroeders, in een huis der Sociëteit vanjesus !”..., De goede God heeft dien vurigen wensch van den braven Missionaris niet verhoord. Gelijk -een telegram, tegen het einde van Januari te Steyl ontvangen, meldde, zijn zoowel Pater van der Velden S.J. als de Paters Baack en Karsten benevens Broeder Meekes van het Goddelijk Woord, aan influenza of Spaansche ziekte overleden. Den juisten datum van hun respectievelijk sterven hebben wij tot heden nog niet vernomen en ook heeft geen brief met bijzonderheden over hun overlijden ons bereikt. Maar wij weten dat de vreeselijkste aller rampen, die Larantoeka konden treffen, op het plaatsje is neergekomen. Welke droefheid zal het hart doorsneden hebben der Zusters Franciscanessen ! Wat tranen zullen er gestort zijn door de meer dan 400 inlandsche jongens en meisjes, die zich zoo plotseling van al hunne dierbare geestelijke leiders en vaders zagen beroofd ! . . . lien lust was het ons te vernemen, dat