Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wien dit In Memoriam gewijd is. Uit een heele massa voor mij liggende brieven, tijdens de Noviciaats-jaren aan zijn vader, zijne broeders en zusters geschreven, (een bijzonder warme genegenheid voor zijn familieleden was een der frappantste eigenschappen van den goeden Pater : al de jaren, welke hij in Indië doorbracht, schreef hij om de maand een hartelijken brief!) klinkt onophoudelijk de jubelkreet: „Ik voel me hier zoo recht op mijne plaats en zoo volkomen gelukkig; gelukkiger nog dan op het Seminarie, waar ik toch ook zéér graag was. Wel was het Seminarie-leven allerprettigst en nog dikwijls denk ik er aan met het grootste genoegen, maar . . . ’twas er voor mij toch niet uit te houden : ik voelde dat ik Jezuïet moést worden, et me voici! Geve God dat ik nooit naar iets anders moge verlangen!” ... En inderdaad hetgeen ik boven aanhaalde uit het laatste schrijven, dat ik van hem mocht ontvangen, riep het ons reeds luide toe ! nooit hééft Pater van der Velden naar iets anders verlangd. Als ooggetuige van zijn doen en laten ik kende hem elders en anderhalf jaar lang was hij mijn gezel te Malang ! kan ik het getuigen : met de vurigste en onwankelbaarste liefde was hij gehecht aan de Sociëteit van Jesus. Hij beschouwde zijne roeping tot die religieuze Orde als de grootste genade, welke de goedheid Gods hem schonk. Meermalen per dag, en met name na de H. Communie in het Sacrifice der Mis, vernieuwde hij de geloften, waarmede hij zich aan de Sociëteit had verbonden. Het brandde hem op de lippen, te verklaren, dat zijn éénig levensdoel was een waar Jezuiët te worden, als waar Jezuiët te arbeiden en te sterven. Van ongewonen glans schitterden zijne kalme oogen en een zalige lach zweefde op zijn eenvoudig gelaat, wanneer het hem gelukte te mogen spreken over de zieleschatten, welke hij in de religieuzen staat had gevonden.

Ziehier in het kort de gebeurtenissen van zijn leven. In September 1886 werd hij door zijne Oversten naar Maastricht gezonden om er theologie te studeeren. Den 9den derzelfde maand in 1891 werd hij priester gewijd door Monseigneur van den Branden van Reeth. Daarna volbracht hij zijn derde proefjaar te Drongen in België; werd na afloop bestemd voor de Missie van Nederl.-Oost-Indië en kwam den 11 den November 1892 per stoomschip „Batavia” te Tandjong Priok aan. Een

Sluiten