Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

XIII.

Ter herinnering aan het overlijden van de Missionarissen te Larantoeka December 1919.

Het is ons eene groote vreugde deze bijdrage van den Apostolisch Prefect P. C. Noyen in de Berichten te mogen opnemen.

Reeds September en October kwamen onrustbarende berichten uit Java tot ons over het ernstige optreden der Spaansche griep aldaar. Het gevaar kwam al naderbij. Op het eiland Soemba, vertelde men, zouden wel 10 0/q van de bevolking gestorven zijn. Endeh, de hoofdplaats en het centrum van Flores, werd het eerst besmet. Ons internaat aldaar met circa 140 jongens was binnen 2 tot 3 dagen een groot ziekenhuis geworden. Allen lagen ziek te bed. Pastoor de Lange en Broeder Lambertus zelf ziek en aan koorts lijdende, sleepten zich van zieke tot zieke om hen bij te staan en hun medicijnen toe te dienen.

Niettegenstaande de onvermoeide zorgen van Pastoor en Broeder overleden er toch nog 6 leerlingen, waaronder enkele jongens waren van hoogen stand, die later door hun invloed voor de missie van groot belang hadden kunnen zijn. Het waren zware en moeilijke dagen. Te Larantoeka was alles nog in orde. Pater Baack, pastoor aldaar, schreef een triduum uit, en verzocht alle christenen ’s morgens de hoogmis bij te wonen, om Gods hulp af te smeeken voor het intertiaat’ te Endeh, en God te vragen Larantoeka toch voor deze ramp te willen behoeden. lederen dag was de groote kerk van Larantoeka propvol. In ons internaat te Endeh was de ziekte einde November tot stilstand gekomen, zonder dat God al te veel offers gevraagd had. Doch de ziekte breidde zich langzamerhand maar zeker over geheel Flores tot in de uiterste en hoogste dorpen in de

Sluiten