Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

alweer klaar voor het volgende nummer van het feestprogram. Wat dat is ? Speerwerpen !

Op een hinken afstand wordt het doel van hun mikkunst in den grond gezet; ’t is natuurlijk als altijd weer iets allerprimitiefst: het onderstuk van een klapperbladsteel, met het onderste en breedste ■ einde naar boven. Over geheel het feestterrein heeft men zich alras in bepaalde groepen verdeeld, en elke groep heeft haar eigen doel. De buisjes gaan van het bovenlijf en de sarong wordt weer tusschen de beenen zoo hoog mogelijk opgenomen, zoodat die nog maar alleen als lendendoek fungeert. Alras trillen de speeren in de handen en met een prachtigen, lenigen armzwaai vliegt de speer uit de hand door de lucht recht op het doel af. Onafgebroken achter elkaar, ja meerdere tegelijk snorren de speeren door de lucht en blijven in of onmiddellijk bij het doel in den grond steken. En als de laatste speer weggesnord is, vliegt al dat bruine goedje weer als een warkoop op het doel af, om ieder zijn eigen speer weer machtig te worden, en terstond daarop hun geluk opnieuw te beproeven. Intusschen zit bij elke groep een inlandsche onderwijzer om de gewonnen punten der treffers voor de belanghebbenden aan te teekenen. Want er hangt voor ieder een prijs van af! Zoo’n prijsuitdeeling wat een verschiet! In het schoollokaal wordt intusschen die prijsuitdeeling al voorbereid. Natuurlijk zonder nieten; want met ledige handen er af te komen, daar kan geen inlander tegen. Wanneer er een tractatie of belooning onder dat schoolvolkje wordt uitgedeeld, sluit dan toch nooit, om welke reden dan ook, iemand uit; en al verdient hij niets, geef hem dan toch het allerminste wat er bij is. Want sluit ge hem uit, dan is hij zoo beschaamd, dat hij niet meer voor den dag durft komen en desnoods nog dien zelfden avond er heimelijk van de school tusschen uitknijpt; of indien het een brutaaltje is, en wegens minder goed gedrag was uitgesloten, van dan af onhandelbaar en onverbeterlijk wordt. Zoo groot als de mededeelzaamheid van den inlander is, zoo weinig kan hij ook lijden, dat hij er van uitgesloten wordt; het is de grootste schande en beleediging, die men hem kan aandoen! Heeft hij het verbruid, hij zal met het allerminste tevreden zijn, maar krijgt hij niets, hij zal het als het onverdragelijkste onrecht beschouwen. Vandaar dan ook, dat bijvoorbeeld geen schooljongen des Zondagsnamiddags van

Sluiten