Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het even mooi vinden als toen hij het voor het eerst hoorde van Soemardi, den catechist!

Zóó had het Waliman al bedacht: dan zou hijzelf christen mogen zijn en zijn ouders zouden gaarne luisteren naar de verhalen, die hij de Toewans zou kunnen navertellen.

Goud was het al wat Waliman voor oogen schemerde en de kleine grijphanden zijner verbeelding konden niet ophouden daarin ■te woelen en te grabbelen.

Daar was de dag gekomen! Glanzend en stralend van moed en van blijheid stapte hij op; en de vogeltjes schenen hun mooiste ipakje te hebben aangeschoten en dansten langs den weg, en zongen hun schoonste wijsje, ter eere van den held, wiens gloriedag vandaag gekomen scheen, wiens geluk groeien zou met het licht van de zon, die langs den blanken hemel wederom een grootschen triomftocht ging vieren.

O! wat was het kind van Java blij! Klaar straalden de zwarte oogen als helle lampen, nu de electrische gelukstroom rondgleed door de reine kinderziel. En de klapperbóomen wenkten van verre en de rijstvelden wuifden hem na en de vogeltjes maakten crescendo’s bij het voortzetten der blijde inkomst-cantate. En vlugger liep hij, al maar vlugger, want de woning van geluk verbeidde hem!

Waliman is terug. Stil is het op het erf, stil in de hut van bamboe. Paq Rana en Njai Rana, de ouders, zijn nog op het rijstveld. Weldra echter zullen zij thuis komen, want de hitte begint allen verderen arbeid onmogelijk te maken. Alleen Soeginah, het meisje van tien jaar, is in huis. Langzaam gaat 'Waliman de hut binnen. '

„Dag Soeginah”, klinkt het gedempt. Vreemd kijkt Soeginah op, als zij haar broertje weer zóó spoedig terug ziet.

„Dag Waliman. Waarom ben je niet gebleven bij de Toewans in Moentilan?” antwoordt zij, half teleurgesteld, half blij, dat hij weer zoo gauw terug is.

„Was geen plaats meer, Soeginah.”

Geen plaats meer?” zegt zij verbaasd, „en de broer van Parijem vertelde, dat de woning wel zoo hoog is als een palmboom en wel breeder dan vijf dessa-woningen naast elkaar en dat het zoo mooi is en zoo sterk.”

Sluiten