Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

voor kerken-, scholenbouw enz., buiten zijn zorg voor vele andere zaken. Aardig, hoe die schoolkinderen uiting gaven aan hun verlangen, om Pastoor Muller te houden. Ze hadden, zooals ze in een voordracht vertelden, zich per telefoon naar St. „Petroes”, den patroon van den vertrekkende, gewend met verzoek te iwillen zorgen, dat de boot Moeamerie (de aanlegplaats der Kohinklijke Pakketvaart-Mij.) niet zou aandoen; per vergissing, ziet u. Maar voegden ze er oprecht bij erg groot vertrouwen hadden ze niet in dat telefoontje. St. „Petroes” was te veel man van gezag en vooral uiterst nauwkeurig als O. L. Heer gesproken had. En had die niet gesproken door den mond van Moang Bispo (mijnheer den Bisschop)?

Na de ongetwijfeld zeer aardige voordrachten der schoolkinderen nam Mgr. Noijen, Apostolisch Prefect van de Kleine Soendaeilanden, daarvoor opzettelijk overgekomen uit Endeh, het woord en verklaarde, hoe zijn hart bij dit plechtig afscheid met groote blijdschap, maar toch ook met droefheid was vervuld. Orooten dank bracht Mgr. aan de leden der Sociëteit van Jezus, om wat zij hadden gedaan voor deze missie meer dan 60 jaar lang. Vooral in de laatste jaren was er geducht gearbeid voor volksscholen. Thans bestaan er al 18 met 3197 schooljongens en 9 met 1434 schoolmeisjes.

Deze scholen verheugen zich niet alleen in de belangstelling der christenen, maar ook van mahomedanen. Zoo kwam zelfs een Arabier om zijne dankbaarheid te toonen voor het onderwijs, wat zijn zoontje aan een dezer scholen geniet. Was Mgr. Noijen als Priester bij de beschouwing van dit alles blijde gestemd, zijne blijdschap werd getemperd door eenige droefenis, nu zij henen gingen, die hier zooveel goeds hadden tot stand gebracht. Met den vurigen wensch, dat God hun arbeid elders mocht zegenen, ■eindigde Mgr. Noijen zijn hartelijke Maleische rede. Pastoor Muller bedankte voor de gebrachte hulde, maar voerde ze terug tot God, den Gever van alle goed.

De scheiding van de dierbare Florineesche Christenen, zij stemde zeker tot droefheid, maar levende uit ons H. Geloof, weten wij, dat die scheiding slechts tijdelijk is. Wij zullen voor elkaar blijven bidden, gelijk de Radja van Sikka het bij het aan boord stappen zoo innig vroeg: „Toewan blijf veel voor ons bidden, opdat onze zielen slechts sterk zijn om het goede te willen”.

Sluiten